Zoeken
  • Jan B. Hommel

Zwartschimmel in het Artsenhuis

Bijgewerkt: 7 dagen geleden

In Medisch Contact van 17 november 2017 brak het hoofd van de afdeling Hartziekten van het Leids Universitair Medisch Centrum, de cardioloog Martin Schalij, een lans voor een herwaardering van de generalist binnen de geneeskunde (1). Wat hij beschrijft is dat er binnen de cardiologie steeds meer superspecialisten zijn, zoals de kleppendokter, de ritmedokter, de hartfalenspecialist en zo nog wat superspecialismen. Hij stelt dat superspecialisten niet breed inzetbaar zijn, onder andere ook in de dienst, en dat het invullen van het dienstschema een complexe puzzel is geworden. Verder vertelt hij dat hij consequent drie tot vier cardiologen voor de diensten in moet roosteren om het hele spectrum aan cardiologische aandoeningen adequaat af te dekken. De superspecialisatie brengt volgens Marin Schalij de ’regiefunctie’ in gevaar omdat niemand nog het overzicht heeft. Alleen de algemeen cardioloog heeft die brede blik, en die brede blik ontbreekt als men alleen superspecialisten bij elkaar zet.


Ik heb dezelfde ervaring. Tijdens mijn, uiteindelijk zeer in mijn voordeel uitwerkende, gedwongen voortijdig afgebroken opleiding tot neuroloog in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis werd mij duidelijk dat de neurologen aldaar alleen geïnteresseerd waren in neurologische aandoeningen, en het werd expliciet verboden om over de grenzen van het eigen vakgebied te kijken. Mensen met pijn in de arm of in een been hadden een cervicaal of lumbosacraal radiculair syndroom en als de gemaakte MRI van de nek of onderrug geen hernia liet zien was het ’geen neurologie’. Deze patiënten werden vervolgens rücksichtslos terugverwezen naar de huisarts die het dan verder maar moest uitzoeken. Op de afdeling werd de internist in consult gevraagd bij iedere verstoring van de elektrolyten, want dat was het werk van de internist, al lag de oorzaak nog zo voor de hand, bijvoorbeeld het gevolg van het gebruik van diuretica (in de volksmond plasmiddelen geheten). Het meest bizarre voorbeeld dat me nog helder voor de geest staat was een vrouw van in de zeventig die was gevallen en moeilijk ter been was. Ze had wat levendige reflexen, had wat weinig mimiek, ze was incontinent voor urine, en had volgens ene dr. M. rigiditeit bij het bewegen van de linker heup. Dat was voor hem voldoende om in minder dan tien minuten de zeldzame diagnose Multiple Systeem Atrofie (MSA) te stellen, ondanks het feit dat de vermeende rigiditeit gepaard ging met hevige pijn in de linker lies en het bovenbeen.

Drie maanden later kwam ze bij mij terug op het spreekuur. De incontinentie was spontaan verdwenen na het stoppen van de morfine, die ze gebruikte voor de pijn in haar been, maar ze had nog wel veel pijn in de linker lies. Een simpele röntgenfoto na het doen van basaal onderzoek van de heup liet zien dat er sprake was van een geïnclaveerde collumfractuur, in de volksmond een ’gebroken heup’ geheten, iets waar ze door de tunnelvisie van de medisch specialist drie maanden mee ’rondgelopen’ had. De orthopeed deed ook deze klacht verdwijnen, waarna de diagnose MSA definitief de prullenbak in kon.


Dr. M. en ik waren al geen vrienden, en het werd er na dit voorval niet beter op, niet in de laatste plaats omdat ik het niet kon nalaten hem deze blamage en plein public in te wrijven, zoals ik dat al een aantal keren eerder had gedaan, wegens minstens even zo grote miskleunen. Het was de eerste stap, achteraf Godzijdank, op weg naar het einde van mijn ’opleiding’ tot neuroloog in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen. Belangrijker is dat het ook mijn eerste voorzichtige stap op een ander pad was, dan het pad wat de medisch specialist wordt geacht te volgen. Ik betrad het pad van de symptoom-georiënteerde benadering van klachten en symptomen, een pad dat de grenzen van het medisch specialisme soms ver overschrijdt. Wat ik hiermee bedoel is dat als iemand nu met pijn in de schouder, arm of been bij mij op het spreekuur komt ik ook weet welke orthopedische of reumatologische aandoeningen hieraan ten grondslag kunnen liggen. En dat blijkt helemaal niet moeilijk te zijn. Iedereen kan met een beetje zelfstudie en de nodige ervaring zelf goed een schouder, heup of elleboog onderzoeken en beoordelen. Simpele elektrolytstoornissen bij opgenomen patiënten behandel ik zelf, ook al omdat de fysiologie van de nier, zuur-base-evenwichten en elektrolytstoornissen nog steeds een grote hobby zijn. Ik lees veel over aandoeningen die ook tot neurologisch getinte klachten kunnen leiden. Soms tot verbazing, frustratie en boosheid van andere medisch specialisten, maar ik heb de ervaring hoe langer een waarneming duurt, hoe meer ik door andere medisch specialisten serieus wordt genomen als ik een diagnose stel die eigenlijk op het gebied van een andere medisch specialist ligt. Het komt voor dat ik een patiënt die wordt verwezen door de orthopeed na anamnese en lichamelijk onderzoek naar de orthopeed terugstuur met de mededeling dat hij nog eens goed moet kijken naar de schouder of de heup. Tijdens een nascholing aan de Harvard Medical School, bleek dat men in de Verenigde Staten zelfs hier weer een specialisme voor had bedacht, het specialisme van de ’neuromuscular mimics’. Dat is nu net weer niet de bedoeling, maar het laat wel goed zien hoeveel niet-neurologische aandoeningen tot neurologisch getinte klachten kunnen leiden.

In de medische wereld bestaat er een zekere minachting voor de generalist, zeker in de academische ziekenhuizen en de top-klinische ziekenhuizen. Wie geen fellowship heeft gevolgd in een van de verschillende subspecialismen is niet meer welkom in deze grote gezondheidsfabrieken. Binnen de door superspecialisten gedomineerde Nederlandse Vereniging voor Neurologie heeft men zelfs al voorgesteld dat de generalistisch werkende neuroloog bepaalde patiëntencategorieën niet meer zou mogen behandelen, ook al heeft de betreffende neuroloog hier zich regelmatig in bijgeschoold en heeft deze meer dan dertig jaar ervaring. Als men dan ziet wat sommige jonge neurologen die wèl een dergelijk fellowship hebben gevolgd er in de kliniek binnen hun subspecialisme van terechtbrengen stemt dat nogal eens treurig. Om maar niet te spreken over gebrek aan competenties die ze laten zien bij de behandeling van de overige meer generalistische neurologische pathologie.


Marin Schalij verwoordt het als volgt:

”We moeten beseffen dat de generalist een belangrijke functie heeft. Niet alleen bij cardiologie, maar ook bij andere specialismen zoals interne geneeskunde. Om de zorg beheersbaar en betaalbaar te houden zou het goed zijn als we de generalist weer waarderen. Hij is echt niks minder dan een superspecialist. En we hebben hem hard nodig, voor het brede overzicht. Bovendien hebben verreweg de meeste patiënten helemaal geen superspecialistische zorg nodig.”


Het ontbreken van een brede klinische blik en het overzicht waar ’superspecialisatie’ in de geneeskunde toe heeft geleid, kunnen we onverkort doortrekken naar onze huidige politici, bestuurders en vermeende deskundigen van divers pluimage die het eveneens aan een brede kritische blik en overzicht ontbreekt, waarmee de geachte dames en heren niet alleen een coronacrisis veroorzaakten, maar tot op de dag van vandaag in stand houden. Gezamenlijk is dit een gemêleerd gezelschap van zalig onwetenden (politici en bestuurders) gecombineerd met superspecialisten (vooral virologen, microbiologen en epidemiologen) van de diverse betrokken disciplines, met de onlosmakelijk hieraan verbonden sterk vernauwde tunnelvisie. Het ontbreekt deze mensen aan een brede maatschappelijke blik en een kritisch overzicht zoals men dat van deze mensen zou mogen verwachten.


Dit pleidooi gaat over de bitter noodzakelijke herwaardering van de homo universalis.


Interview Alex Friedrich

De aanleiding is een artikel in het NRC van 15 november 2020, waarin een tenenkrommend interview werd geplaatst met de microbioloog Alex Friedrich, hoogleraar en hoofd van de afdeling Medisch Microbiologie en Infectiepreventie van het UMCG. Diezelfde Alex Friedrich die in het Dagblad van het Noorden wist te vertellen dat als we alle maatregelen tegen de verspreiding van het SARS-CoV-2 virus zouden laten varen, er 2.000.000 mensen in het ziekenhuis zouden belanden en zo’n 510.000 mensen op de intensive care (2).


Hoe kwam hij aan deze cijfers? Niemand die het weet.


Of het zou zo moeten zijn dat het computermodelletje van de Chef Telraampjes bij het RIVM, Jacco Wallinga, zoveel ondeugdelijke aannames gevoed kreeg dat het arme ding oprispingen kreeg en een harde zure boer liet, en daarbij deze getallen uitbraakte.


Ik ontleen aan de stichting Nice het cumulatieve aantal opnames op de Intensive Care wegens COVID-19 (Figuur 1 - 25 november 2020). Dat zijn er op dit moment zegge en schrijve 5500. Dat is grofweg een factor 100 lager dan het getal dat deze microbiologische paniekparasiet in het Dagblad van het Noorden dacht te moeten noemen. Qua cumulatief aantal ziekenhuisopnames wegens COVID-19 zijn dit er ongeveer 17.000. En ook dat is nog bijzonder ver verwijderd van de 2.000.000 opnames die onze microbiologische onheilsprofeet ons wil wijsmaken.

Waar eenieder weldenkend mens die een zo’n stompzinnige voorspelling heeft gedaan, zich uit pure schaamte enige tijd gedeisd zou houden, al was het maar om te voorkomen dat men gebrandmerkt wordt als de zoveelste SARS-CoV-2 kletskous, gaat Alex Friedrich als een koppige en halsstarrige ezel gewoon door. Hij is nog steeds overtuigd van het nut van een harde aanpak bij de verspreiding van het SARS-CoV-2 virus, ondanks een overweldigende hoeveelheid wetenschappelijke gegevens die een andere werkelijkheid schetsen. Blijkbaar is deze voor eenieder beschikbare wetenschappelijke literatuur glansrijk aan hem voorbijgegaan.


Onder het kopje ”Besmettingen beperkt” in het artikel in de NRC, wordt benoemd dat zowel in de eerste golf als in de tweede golf het aantal ’coronabesmettingen’ beperkt bleef. Friedrich stelt zich op het standpunt dat de landelijke maatregelen in maart en oktober 2020 voor Brabant en de Randstad te laat kwamen, maar voor het Noorden net op tijd genomen werden. Maar hij benoemt ook dat men in het Noorden sneller maatregelen nam: zo werden zorgmedewerkers laagdrempelig getest en mochten ze niet buiten de regio reizen. Verder werden mondkapjes voor studenten verplicht in het UMCG en voor die medewerkers die in het buitenland of in een Nederlandse brandhaard waren geweest. En het zijn deze maatregelen die volgens Friedrich effect hebben gehad, omdat in het Noorden slechts 2% van de medewerkers in het UMCG positief test tegenover 6% van de algemene populatie.


Tegen zoveel academische stupiditeit en onkunde is kennis van de literatuur en enige vorm van rede bij voorbaat kansloos. Ik wist dan ook werkelijk niet waar te beginnen om dit rotsmassief van redeloosheid, domheid en gebrek aan kennis met de grond gelijk te maken. Maar ik ga opnieuw een poging wagen, al is het tegen beter weten in.


Ik zal niet opnieuw bespreken dat de RT-PCR test op het SARS-CoV-2 virus volstrekt ongeschikt is als screeningsinstrument om, buiten de klinische context van anamnese, lichamelijk onderzoek en ander gericht aanvullend onderzoek om, te gebruiken om ’besmettingen’ met het SARS-CoV-2 virus op te sporen in de populatie. Er is inmiddels een grote en nog vrijwel dagelijks toenemende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs die laat zien dat dit een strategie is bedacht door niet ter zake deskundige zotten en dwazen. De RT-PCR wordt gehinderd door een beperkte sensitiviteit, maar zeker ook een beperkte specificiteit, met 30-45% fout-negatieve uitslagen, en een hoog, maar tot nu toe onbekend aantal fout-positieve uitslagen, alleen al door het feit dat de RT-PCR over een veel langer periode positieve testuitslagen genereert dan de periode waarin mensen in staat zijn om anderen te besmetten (3, 4, 5, 6). Dat Friedrich hier toch voor pleit is het zoveelste bewijs dat hij een niet-klinisch werkzame arts is die niets begrijpt van diagnostiek bedrijven en helemaal niets begrijpt van de theorie van Bayes. Dit geldt evenzeer voor mensen als Marc Bonten, Marion Koopmans en iemand als Jaap van Dissel. Het is bij uitstek deze categorie superspecialisten zonder enige kennis van de maatschappij in het algemeen en de geneeskunde in het bijzonder die onze burgers het coronamoeras hebben ingedreven, niet gehinderd door enig algemeen inzicht in de complexiteit van onze maatschappij of algemene vakkennis van de geneeskunde, en die niets maar dan ook niets weten van alles wat zich maar een millimeter buiten de grenzen van hun eigen eng begrensde vakgebied afspeelt. Het zijn deze mensen die het debat in de afgelopen maanden hebben gedomineerd, mede veroorzaakt door een grenzeloze overschatting van de eigen kennis en kunde, ongehinderd door zelfs maar de minste bescheidenheid hieromtrent en het blijkbaar verslaafd zijn aan de kritiekloze aandacht van de mainstream media. En als deze kennis en kunde dan beschikbaar komt, zelfs als deze hun eigen vakgebied betreft, voelt men zich blijkbaar niet geroepen om hiervan kennis te nemen. De opstelling van Alex Friedrich is hiervan een lichtend voorbeeld.


Dan zijn voorliefde voor de mondmaskers. Als Alex Friedrich zich ook maar iets gelegen had laten liggen aan de beschikbare wetenschappelijke literatuur, had hij geweten dat tot op de dag van vandaag er geen enkel wetenschappelijk bewijs bestaat dat deze mondmaskers ook maar in het minst iets bijdragen aan het voorkomen van de overdracht van virale infecties. Hij had deze kennis nota bene in zijn eigen taal tot zich kunnen nemen, en had dan als toegift kunnen lezen dat bij een onzorgvuldig gebruik van de mondmaskers dit zeer waarschijnlijk alleen maar tot meer overdracht van virale en andere infecties leidt (7). Ik heb dit artikel al eerder uitgebreid gerefereerd in mijn blog ”Mondkappen Nou”. Nu verwacht ik niet dat iemand als Alex Friedrich mijn blogs leest, maar dit artikel van zijn Duitse college had hij wel grondig moeten bestuderen, al was het maar omdat het om een collega gaat die haar leven lang al werkzaam is als ziekenhuishygiëniste en hierover de nodige wetenschappelijke artikelen gepubliceerd heeft, en anders wel omdat het gaat om een officiële CME-gecertificeerde nascholing voor Duitse ziekenhuishygiënisten.


Als Alex Friedrich dit overzicht gemist zou hebben, iets dat hem als hoofd van de afdeling Microbiologie en Ziekenhuishygiëne in het UMCG niet in een goed daglicht zet, dan nog zijn er andere goed uitgevoerde studies met een gerandomiseerde opzet, die precies hetzelfde laten zien. Al in 2015 werd in een studie in het British Medical Journal aangetoond dat het dragen van ’cloth-masks’ door ’health-care workers’ eerder tot meer dan minder virale infecties leidden bij de drager van het stoffen mondmasker (8). In een State-of-the-Art review uit hetzelfde British Medical Journal uit 2015 is de harde conclusie dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs voorhanden is voor de effectiviteit van stoffen mondmaskers, omdat er simpelweg geen goed ontworpen studies gedaan zijn naar een eventueel effect op de verspreiding van virale infecties. Ook de vier gerandomiseerde trials naar de effectiviteit van medische mondmaskers in een klinisch medische setting lieten geen enkel bewijs zien voor een effect op het voorkomen van overdracht van virale infecties. In de andere observationele, cross-sectionele en experimentele studies in een klinisch medische setting werd het effect van medische mondmaskers nooit geïsoleerd onderzocht, maar altijd in samenhang met andere, overigens wel bewezen maatregelen, zoals het goed wassen van de handen. Zelfs voor het gebruik van mondmaskers ter bescherming van anderen, zoals nu door de overheid gepropageerd wordt, bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs dat deze de overdracht van virale ziekteverwekkers verminderen. Ten overvloede, bij een analyse van negen gerandomiseerde studies naar het effect van mondmaskers op virale infecties in ’community settings’ bleek er geen enkel bewijs voor de werkzaamheid qua vermindering van overdracht van virale infecties te bestaan. Ook in deze studies bleek dat alleen handen wassen beschermt tegen overdracht van virale infecties zoals bijvoorbeeld influenza en dat mondmaskers geen enkele toegevoegde waarde hebben, ongeacht welke studie men beschouwde. En voor wie dan nog steeds enige waarde hecht aan het gebruik van mondmaskers verscheen zeer recent dan toch eindelijk de uitstekend opgezette en gerandomiseerde ’Deense Trial’ in de Annals of Internal Medicine naar het effect van mondmaskers ’outside the home’ op het aantal nieuwe besmettingen met het SARS-CoV-2 virus bij de gebruikers. Het zal niemand verbazen dat ook dit onderzoek geen enkel effect van mondmaskers laat zien op de relevante uitkomstmaten (12).

Aan de andere kant stellen de auteurs van een review van de beschikbare literatuur in de European Journal of Medical Research over de waarde van mondmaskers bij de ’arguments in favour of wearing a mask’ dat ’wearing a mask in areas where sufficient distance is not feasible, most like reduces the spread of virus-loaded droplets and therefore the risk of transferring SARS-CoV-2 (10). Dit berust blijkbaar op de mening van de auteurs, aangezien zij geen enkele referentie bij deze stelling geven waaruit dit mogelijk zou kunnen blijken. Om direct daarna bovendien een hele reeks argumenten te geven waarom het dragen van een mondmasker naar alle waarschijnlijkheid contraproductief is. Overigens is van de vele auteurs er niet een verbonden aan een afdeling voor microbiologie of ziekenhuishygiëne, hetgeen deze publicatie een wat bijzonder aanzicht geeft. Anderzijds hindert dat Alex Friedrich als hoofd van de afdeling Microbiologie en Ziekenhuishygiène van het UMC Groningen ook geenszins om de grootst mogelijke onwetenschappelijke kullekoek de wereld in te slingeren, dus ook dat gegeven is geen garantie voor de wetenschappelijke betrouwbaarheid van de auteur.

Als laatste wil ik nog vermelden dat voor elke medische behandeling, of het nu om een operatieve of medicamenteuze behandeling gaat, een grondige analyse van de kosteneffectiviteit aangeleverd moet worden bij de registratie-autoriteiten. Ook deze kosteneffectiviteitsanalyse, waar het de balans tussen kosten en baten van medische mondmaskers betreft, ontbreekt volledig in alle beschikbare wetenschappelijke literatuur.


Het zogenaamde bewijs dat mondmaskers ’wellicht enig effect zouden kunnen hebben ter bescherming van anderen’, is enkel en alleen gebaseerd op allerlei preklinische en modelleer studies, zoals studies naar de doorlaatbaarheid van het mondmasker voor stofdeeltjes of aerosolen. Ik vermeld hier geen referenties omdat deze studies vrijwel zonder uitzondering volstrekt irrelevant zijn voor de dagelijkse klinische praktijk. Het inademen via een masker verloopt al niet zonder lekkage langs het masker, ongeacht of het nu om een stoffen masker gaat of om een chirurgisch masker, en het uitademen al helemaal niet, zoals iedere brildrager na twee keer in- en uitademen met een mondmasker over zijn mond en neus zelf al heeft gemerkt. Het door de politiek gehuldigde standpunt dat mondmaskers misschien bij zouden kunnen dragen aan de ’bescherming van anderen’, in aanmerking genomen dat het overgrote deel van de uitademingslucht langs het masker lekt en niet door het masker zelf uitgeademd wordt, getuigt dan ook van een dermate triest gebrek aan intellectueel vermogen en diepe geestelijke armoede dat het mijns inziens pure geldverspilling is om hier ook nog maar èèn minuut wetenschapstijd aan te besteden. Om maar helemaal te zwijgen over de verwoestende tsunami aan medisch afval die ons tegemoet komt door het massale gebruik van medische mondmaskers, en mijns inziens aantoont dat het laatste restje broodnodig perspectief en wijsheid bij het afwegen van voor- en nadelen van het massale gebruik van medische mondmaskers onze politici en bestuurders nu definitief heeft verlaten, aangenomen dat deze überhaupt ooit hebben beschikt over de cognitieve vermogens om hierover in enige mate van redelijkheid na te denken. Diezelfde politici en bestuurders die nooit uitgepraat raken over de noodzaak om minder auto te rijden, meer met het openbaar vervoer te reizen en minder vlees te eten omdat dat zo goed is voor ons milieu, hebben er nu geen enkele moeite mee dat onze oceanen nu waarschijnlijk bedekt gaan worden door grote opeengepakte eilanden van plastic handschoenen en medische mondmaskers (13).

Wie als arts of medisch specialist een behandeling met een dergelijk ontstellend gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing, zonder enige vorm van beoordeling en toestemming van het Zorginstituut Nederland, in een ziekenhuis zou proberen in te voeren zou zich voor de rechter moeten verantwoorden. En het is aannemelijk dat een arts die dit toch zou proberen voor vele jaren achter de tralies zouden verdwijnen. Zo niet politici, bestuurders en artsen zoals Ernst Kuipers en Diederik Gommers, en niet klinisch werkzame artsen zoals Alex Friedrich. Zij krijgen vrij spel, mogen deze volstrekt onbewezen en mijns inziens van iedere vorm van intellect gespeende interventies vrijelijk aanprijzen en zullen zich waarschijnlijk nooit hoeven verantwoorden voor deze niet eerder vertoonde mate van incompetentie en een ontstellend gebrek aan kennis en kunde waar het de infectiepreventie van virusinfecties betreft.


”Primum non nocere”

En waar Alex Friedrich blijkbaar helemaal niet over nadenkt, omdat hij als laboratoriumrat in witte jas blijkbaar alleen met zijn petri-schaaltjes, zijn bloedkweekbuisjes en zijn RT-PCR-apparatuur praat en nooit met patiënten zelf, zijn de mensen die bij mij op het spreekuur komen. Oude, zwakke en fragiele mensen met hartfalen, COPD of patiënten die moeilijk ter been zijn, mensen die met de zweetdruppeltjes op het voorhoofd, letterlijk naar adem happend achter de rollator voortploeteren op weg naar mijn polikliniek. Om vervolgens letterlijk opgelucht diep zuchtend in mijn spreekkamer binnen te komen en me soms zelfs huilend bedanken voor het feit dat ze bij mij in de spreekkamer het mondmasker af mogen zetten en van mij een vrijwaring krijgen voor het dragen van het mondmasker, ongeacht wat het beleid is van deze regering, bestuurders of ziekenhuisdirectie. Het opleggen van een mondmaskerplicht door deze lieden zoals ook Alex Friedrich is niet minder dan misdadig, ook al zijn er formeel uitzonderingen op de mondmaskerplicht. Een aantal van deze mensen werd glashard de toegang tot supermarkt, drogist of openbaar vervoer ontzegd, ook al stond de diagnose op papier, en hadden ze mijn vrijwaring in de hand. De groepsdruk is in deze vele malen machtiger dan de uitzonderingsregel. Iedere arts die deze mondmaskerplicht heeft bedacht of ondersteunt moet mijns inziens zijn bul onmiddellijk inleveren, omdat hij of zij deze niet waard blijkt te zijn en zelfs de meest basale wet van de geneeskunde niet heeft geleerd. ”Primum non nocere. Allereerst niet schaden.”


Niet dat Alex Friedrich zich iets van deze harde wetenschappelijke gegevens aantrekt. Nee, hij denkt dat de mondmaskers bijgedragen hebben aan het feit dat slechts 2% van het personeel van het UMCG positief test tegenover 6% van de algemene bevolking in het noorden van het land. Niet gehinderd door enige demografische kennis van de bevolking van het noordelijk deel van het land of van de werknemers van het UMCG. Dat het vooral ouderen zijn die een hogere kans hebben om ziek te worden van een besmetting met het SARS-CoV-2 virus en zich daarom meer zullen laten testen, en er per definitie geen werknemers ouder dan 67 jaar op de loonlijst van het UMCG staan, dat komt niet in het hoofd van deze Alex Friedrich op.


Donald H. Henderson

En als deze mislukte hooggeleerde laboratoriumvleermuis zich in zijn onmetelijke wijsheid ver verheven voelt boven iedere vorm van beschikbare wetenschappelijke kennis, zou hij er eventueel nog voor kunnen kiezen om te luisteren naar mensen die oneindig veel belangrijker zijn geweest dan hij bij het bestrijden van de voor de mens gevaarlijke virusinfecties. Hij zou bijvoorbeeld kunnen luisteren naar iemand als Donald H. Henderson (1928-2016), de man die wordt gezien als het brein achter de strategie dat het Variola Major Virus uit de wereld heeft geholpen, de verwekker van de pokken. De pokken is een ziekte die qua morbiditeit en sterfte in de menselijke populatie in verhouding met COVID-19 een mammoet is ten opzichte van een mug. Donald Henderson wijdde zijn leven aan het implementeren van de moderne inzichten over de theorie van virusinfecties, waarbij hij zich op het standpunt stelde dat we onze immuniteit moeten opbouwen door het doormaken van de infectie als het om een weinig virulent virus gaat, of door vaccineren als het om een virus gaat dat ernstige ziekten en veel sterfte veroorzaken. Dit onderscheid lijkt op basis van politiek opportunistische motieven en farmaceutische belangen geheel uit het oog verloren te zijn, zoals ook al bleek uit het boek ”Dossier Mexicaanse Griep” waarin de journalist Daan de Wit uit de doeken doet hoe de Mexicaanse Griep als een ’kleine griep tot grote gevolgen leidde’ (14). Het werd door arts en epidemioloog Luc Bonneux getypeerd als het ’grootste medische schandaal sinds de Tweede Wereldoorlog”. Ik denk overigens dat het SARS-CoV-2 virus een nog vele malen groter medisch schandaal is, een immens schandaal dat nog vele jaren zal nadreunen in de medisch en niet-medische wereld, en mensen als Alex Friedrich maar ook iemand als Christian Drosten en Marion Koopmans uiteindelijk zal aanwijzen als misdadige aanstichters van het enorme leed en de psychosociale ontwrichting die veroorzaakt worden door de huidige corona-maatregelen.

Op 78-jarige leeftijd schreef deze Donald Henderson een invloedrijk artikel over hoe men een pandemie met een virus zou moeten beschrijven en zette alle strategieën nog eens op een rij, en besprak daarbij ook het nut van de moderne, in de mode geraakte strategieën van (verplichte) quarantaine en lockdowns. Het is een artikel dat iedereen die meewerkt aan de bestrijding van deze RT-PCR-pandemie verplicht zou moeten lezen en herlezen (15).


Zeer lezenswaardig is wat Donald Henderson beschrijft over het verloop van beide influenza-uitbraken in 1918 en in 1957, een-op-een van toepassing op de huidige verspreiding van het SARS-CoV-2 virus:

”A new pandemic strain can be expected to spread rapidly and widely, but it is not likely to be constantly present in any given area. In both 1918 and 1957, there were some outbreaks of the disease in the U.S. in the late spring, but the outbreaks were geographically limited. This has been referred to as the “first wave” of the pandemic. There were very few cases in the summer, but in the autumn a major pandemic wave of disease swept across the country during a 3–4-month period—the so-called “second wave.” This was followed by a comparatively quiescent period, and then a “third wave” occurred the following spring. Subsequently, the new strain in each of these pandemics displaced the then-currently circulating strains and continued to recur every 2–3 years as seasonal flu, although it caused fewer serious illnesses.”


Zo mogelijk nog belangwekkender is wat hij schrijft over de diverse modellen die het verloop van de verspreiding van infectieziekten zouden moeten kunnen voorspellen. Zoals ook door het tovercomputertje van de Chef Telraampjes van het RIVM, Jacco Wallinga, uitgebraakte modelletjes over de verspreiding van het SARS-CoV-2 virus ons onoverkoombare rampen voorspelden, maar waarbij uiteindelijk geen enkele voorspelling betrouwbaar bleek te zijn.


”No model, no matter how accurate its epidemiologic assumptions, can illuminate or predict the secondary and tertiary effects of particular disease mitigation measures. Nor, for example, can it assess the potential effects of high absentee rates resulting from home or regional quarantine on the functioning integrity of essential services, such as hospital care or provision of food and electrical service to the community. If particular measures are applied for many weeks or months, the long-term or cumulative second and third order effects could be devastating socially and economically. In brief, models can play a contributory role in thinking through possible mitigation measures, but they cannot be more than an ancillary aid in deciding policy.”


Michael Levitt, biofysicus en Nobelprijs winnaar, zei er het volgende over:


”(Epidemiologists) see their job, not as getting things correct, but as preventing an epidemic. So therefore if they say it is hundred times worse than it’s going to be, then it’s ok. Our mistake was that we listened to them. They said the same thing for Ebola, they said the same thing for Bird Flu, and no one shut down for them. We should never have listened to the epidemiologists. They have caused hundreds of billions worth of suffering and damage, mainly on the younger generation.”


Of lees de paragraaf van Donald Henderson over het door de overheid verbieden van sociale bijeenkomsten:


”During seasonal influenza epidemics, public events with an expected large attendance have sometimes been cancelled or postponed, the rationale being to decrease the number of contacts with those who might be contagious. There are, however, no certain indications that these actions have had any definitive effect on the severity or duration of an epidemic. Were consideration to be given to doing this on a more extensive scale and for an extended period, questions immediately arise as to how many such events would be affected. There are many social gatherings that involve close contacts among people, and this prohibition might include church services, athletic events, perhaps all meetings of more than 100 people. It might mean closing theaters, restaurants, malls, large stores, and bars. Implementing such measures would have seriously disruptive consequences for a community if extended through the 8-week period of an epidemic in a municipal area, let alone if it were to be extended through the nation’s experience with a pandemic (perhaps 8 months). In the event of a pandemic, attendance at public events or social gatherings could well decrease because people were fearful of becoming infected, and some events might be cancelled because of local concerns. But a policy calling for community wide cancellation of public events seems inadvisable.”


Of wat Donald Henderson schrijft over de strategie van ’social distancing’:


”It has been recommended that individuals maintain a distance of 3 feet or more during a pandemic so as to diminish the number of contacts with people who may be infected. The efficacy of this measure is unknown. It is typically assumed that transmission of droplet-spread diseases, such as influenza, is limited to “close contacts”—that is, being within 3–6 feet of an infected person. Keeping a space of 3 feet between individuals might be possible in some work environments, but it is difficult to imagine how bus, rail, or air travelers could stay 3 feet apart from each other throughout an epidemic. And such a recommendation would greatly complicate normal daily tasks like grocery shopping, banking, and the like.”


En natuurlijk over de mondmaskers:


”In Asia during the SARS period, many people in the affected communities wore surgical masks when in public. But studies have shown that the ordinary surgical mask does little to prevent inhalation of small droplets bearing influenza virus. The pores in the mask become blocked by moisture from breathing, and the airstream simply diverts around the mask. There are few data available to support the efficacy of N95 or surgical masks outside a healthcare setting. N95 masks need to be fit-tested to be efficacious and are uncomfortable to wear for more than an hour or two. More important, the supplies of such masks are too limited to even ensure that hospitals will have necessary reserves.”


Maar het allerbelangrijkste is de samenvattende conclusie aan het einde van het artikel:


”Experience has shown that communities faced with epidemics or other adverse events respond best and with the least anxiety when the normal social functioning of the community is least disrupted. Strong political and public health leadership to provide reassurance and to ensure that needed medical care services are provided are critical elements. If either is seen to be less than optimal, a manageable epidemic could move toward catastrophe.”


En dat is dus precies wat er nu gebeurd.


De kennis was er allemaal, maar politici, bestuurders, vermeende experts maar ook vele medici namen er geen notie van.


Maar zelfs als mensen als Alex Friedrich niet naar gerespecteerde en bijzonder ervaren collega’s zoals Donald Henderson willen luisteren, dan zouden ze op zijn minst de recente geschiedenis kunnen bestuderen om te leren welke rampen er staan te gebeuren, als men een voor DNA- of RNA-fragmenten zeer gevoelige PCR-test gebruikt voor een doel waarvoor een dergelijke test nooit bedoeld was, namelijk het massaal screenen van een populatie zonder, of met slechts milde en aspecifieke ziekteverschijnselen:


In 2007 werd in het Darthmouth-Hitchcock Medical Centrum een uitbraak van kinkhoest geconstateerd naar aanleiding van medewerkers met klachten van langdurig en hevig hoesten. De uitbraak werd vastgesteld aan de hand van de resultaten van een PCR op de verwekker van kinkhoest, de gram-negatieve bacterie Bordetella Pertussis. Bij het screenen van bijna 1000 medewerkers kregen 142 medewerkers te horen dat ze kinkhoest hadden. Uiteindelijk waren er 134 ’verdachte gevallen’ van kinkhoest, 1445 medewerkers kregen antibiotica voorgeschreven en 4524 medewerkers kregen een booster van het vaccin tegen kinkhoest. Daarmee was de uitbraak onder controle. Dacht men.


Maar het bleek vals alarm. Er was helemaal geen uitbraak van kinkhoest. In 27 samples die door de Centers of Disease Control (CDC) werden gekweekt bleek er geen enkele kweek positief. Serologisch bloedonderzoek liet slechts bij 1 van 39 samples een verhoogde antistofconcentratie tegen de verantwoordelijke bacterie, bordetella pertussis, zien. De conclusie was duidelijk: er was geen uitbraak van kinkhoest, en die was er ook nooit geweest. Het was een uitbraak gebaseerd op het onjuist gebruik van de PCR. De conclusie die getrokken werd was de volgende:

”The pseudo-epidemic had occurred, said experts interviewed for the article, because health offi cials “placed too much faith in a quick and highly sensitive molecular test [PCR] that led them astray.” The test, and a “home brew” of others like it that are given and interpreted in a non-standardised way, were blamed for the false positives”. Deze uitspraak is een-op-een van toepassing op de huidige situatie met het SARS-CoV-2 virus.


Het liet de betrokken artsen in verbijstering achter, met als belangrijkste vraag wat te doen bij een volgende vermeende uitbraak van infectieziekte. De wereld leerde echter niets van deze profetische gebeurtenissen. Ik ontken daarmee niet dat er patiënten zijn die ernstig ziek worden en zelfs overlijden aan de gevolgen van de infectie, maar het massaal testen van de bevolking met geen of slechts milde symptomen door middel van een RT-PCR op het SARS-CoV-2 virus kàn alleen maar leiden tot het vaststellen van bovenstaande pseudo-uitbraken, zoals de huidige RT-PCR pseudopandemie van het SARS-CoV-2 virus (6, 21, 22, 23, 24, 25). Het massaal testen van de bevolking buiten de klinische context van anamnese, lichamelijk onderzoek en overig aanvullend onderzoek is bedacht door irrationele idioten zonder enige kennis of kunde, en doet ons bijna verdrinken in het kunstmatig gecreëerde coronamoeras. Het heeft met geneeskunde niets te maken, laat staan met geneeskunst.


Aan de stuitende stompzinnigheid van Alex Friedrich komt echter nog geenszins een einde. Zo vertelt hij dat de coronamaatregelen pas versoepeld kunnen worden met het beschikbaar komen van sneltesten, waarvan er waarschijnlijk ”miljoenen nodig zullen” zijn. Als ik dat hoor ga ik me toch voorzichtig afvragen welk belang Alex Friedrich bij deze uitspraak heeft. En ook in dit opzicht trekt hij zich blijkbaar niets aan van de huidige stand van de wetenschap, maar vaart alleen op zijn eigen microbiologisch psychotische brein.

Sneltesten

In een recent uitgevoerde systemische review van de Cochrane Collabaration worden alle beschikbare point-of-care antigeentesten die op de markt zijn geanalyseerd (11). Ik bespreek hier alleen de antigeen sneltesten, omdat in Nederland de moleculaire sneltesten vooralsnog niet gebruikt worden. Bij het natrekken van de vijf studies die gedaan zijn naar de testeigenschappen van de antigeen sneltesten blijkt dat alle vijf als gouden standaard de RT-PCR op het SARS-CoV-2 virus hebben, waarvan we nu weten dat dat allesbehalve een gouden standaard is. Die studies naar de antigeen-sneltesten met de RT-PCR als gouden standaard behoren feitelijk dan ook ongezien in de papierversnipperaar te verdwijnen.

Desalniettemin zal ik u een aantal grafieken laten zien uit deze Cochrane Review, en ik benadruk het nog maar eens, waar de sensitiviteit en specificiteit van de antigeensneltesten vergeleken wordt met de oud-schroot standaard die de RT-PCR inmiddels gebleken is. Ik denk dat het volstaat om de grafieken te laten zien van de sensitiviteit en specificiteit, uitgesplitst naar een ’high-viral load’ en een ’low viral load’. Bij het massaal testen van de bevolking zonder klachten of symptomen zal in het overgrote deel sprake zijn van een ’low viral load’. Saillant detail is dat de specificiteit van de antigeen sneltesten helemaal niet geschat kan worden bij een ’low viral load’ , zodat we helemaal niet weten hoeveel fout-positieve uitslagen er zullen zijn bij het gebruik van deze testen als screeningsinstrument.

Verder zal ik u laten zien wat de ’risk of bias’ is: dat staat voor een systematische vertekening van de resultaten door de studie opzet, in welke vorm dan ook, en de ’concern for applicability’, wat een maat is voor het gegeven of de gebruikte test wel geschikt is voor het beoogde doel. Ik denk dat de onderstaande figuur meer dan veelzeggend is. Van drie van de vijf studies naar de antigeen testen is de ’risk of bias’ ’unclear’ en de ’applicability concerns’ voor toepassing van de antigeen sneltest bestaat voor vier van de vijf studies.

Er is geen weldenkende arts of epidemioloog die een test die zo slecht presteert zou inzetten voor een massale screening op een virusinfectie onder de bevolking, nota bene een virusinfectie die in verreweg de meeste gevallen a-symptomatisch of mild verloopt. De zwarte wetenschapsschimmel Alex Friedrich heeft er echter geen enkele moeite mee, en mag ongehinderd zijn pad vervolgen als hoofd van de afdeling Microbiologie en Ziekenhuishygiëne van het UMCG. Ook een bij gebrek aan intellectueel gewicht als stof opgewaaide kinderarts-epidemioloog Patricia Bruijning (Nieuwsuur, 22 november 2020) van het UMC Utrecht mag straffeloos en onweersproken deze onwetenschappelijke kolder verkondigen op onze nationale TV-zender. Dergelijke mensen zijn niet minder dan een gotspe en beschadigen in zeer ernstige mate het aanzien van, en het vertrouwen in de medisch stand voor vele jaren. Wie dit interview leest hoeft zich niet af te vragen waarom het vertrouwen in de medische stand al jaren daalt, en is alleen nog maar verbaasd dat er überhaupt nog vertrouwen in de medische stand bestaat.


Zoals ik al vaker heb gezegd, van politici hoef je deze kennis en kunde niet te verwachten. Het lijkt wel dat hoe groter de proeve van onbekwaamheid is die politici hebben laten zien tijdens hun politieke carrière, hoe lucratiever het baantje is dat ze aan hun politieke disfunctioneren overhielden. Mensen als Ab Klink en Edith Schippers zijn hier sprekende voorbeelden van. Ab Klink die ons opzadelde met het DBC-systeem dat tot op de dag van vandaag diagnoses registreert die geen enkele relatie hebben met de werkelijk gestelde diagnose. Edith Schippers die laat zien dat als je in twee termijnen als minister van VWS werkelijk helemaal niets goed wist te doen, toch het financiële uitermate comfortabele pluche van DSM wacht. Beiden hebben deze zorgcrisis, want dat is het, een zorgcrisis en geen coronacrisis, op hun geweten. Het is waarschijnlijk dè reden dat deze illustere types zich nu muisstil houden, uit angst publiekelijk met hete pek en veren overgoten te worden, om vervolgens door Den Haag gesleurd worden op weg naar het schavot op het binnenhof, in de vorm van aan parlementaire enquete als deze periode van waanzin voorbij is, en deze mensen tot verantwoording worden geroepen (16, 17, 18). Deze door de overheid geïnduceerde corona-crisis bewijst als nimmer te voren dat het met de selectie van capabele en kundige bewindslieden en bestuurders zo slecht is gesteld dat zo langzamerhand voor de stabiliteit van het land en de veiligheid van onze burgers moet worden gevreesd.


Wie als arts, hoogleraar microbiologie en ziekenhuishygiène of niet, dergelijke uitspraken doet is zelfs geen wetenschappelijke lichtgewicht, maar een door overheidsclowns gevlochten modelleerballon gevuld met lachgas, die elke dag stevig aan zijn bureau op zijn werkkamer in het UMCG moet worden vastgeknoopt met een touwtje, om te voorkomen dat hij met het minste vleugje westenwind terug waait naar zijn onzalige geboorteplaats in Duitsland. Ik zou graag het touwtje doorknippen en hem heel lang nakijken om er zeker van te zijn dat hij de oostelijke grens van ons land passeert en nooit meer terugkomt.


En wie als arts heeft meegewerkt aan deze mondmaskerplicht en de andere zinloze maatregelen moet mijns inziens zijn artsenbul inleveren en helemaal opnieuw beginnen. Simpelweg omdat deze lieden de allerbelangrijkste principes in de geneeskunde niet hebben begrepen of achteloos over de schouders hebben gegooid, namelijk primum non nocere - allereerst niet schaden - en in dubio abstine - bij twijfel nietsdoen.



  1. Superspecialisatie heeft ook zijn Keerzijde. Medisch Contact, 7 november 2017

  2. Viroloog Alex Friedrich: Als corona vrij spel krijgt, belanden twee miljoen Nederlanders in het ziekenhuis. Dagblad van het Noorden; 9 oktober 2020. https://www.dvhn.nl/groningen/Viroloog-Alex-Friedrich-als-corona-vrij-spel-krijgt-belanden-2-miljoen-Nederlanders-in-het-ziekenhuis-26094482.html?harvest_referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

  3. False Negative Tests for SARS-CoV-2 Infection - Challenges and Implications - Perspective. New England Journal of Medicine, August 6. 2020, e38.

  4. Interpreting a covid-19 test result - Practice. British Medical Journal 2020; 369: m1808

  5. Mass Testing for covid-19 in the UK - An unevaluated, underdesigned, and costly mess. British Medical Journal; 371: m4436.

  6. Specificity and Positive Predictive Value of SARS-CoV Nucleic Acid Amplification in a Low Prevalence Setting. Clinical Microbiology and Infection, October 13, 2020. https://www.clinicalmicrobiologyandinfection.com/article/S1198-743X(20)30614-5/fulltext

  7. Mund-Nasen-Schutz in der Öffentlichkeit: Keine Hinweise für eine Wirksamheit. Krankenhaushygiene up2date 2020; 15 : 279-295

  8. A cluster randomized trial of cloth masks compared with medical masks in healthcare workers. British Medical Journal Open; 5: e006577 https://bmjopen.bmj.com/content/5/4/e006577

  9. Facemasks for the prevention of infection in healthcare and community settings. State of the Art Review. British Medical Journal 2015; 350: h694.

  10. Face Masks: benefits and risks during the COVID-19 crisis. European Journal of Medical Research 2020; 25:32.

  11. Rapid, point-of-care antigen and molecular-based tests for diagnosis of SARS-CoV-2 infection. Version published 26 August 2020. https://www.cochranelibrary.com/cdsr/doi/10.1002/14651858.CD013705/full

  12. Effectiveness of Adding a Mask Recommendation to Other Public Health Measures to Prevent SARS-CoV-2 Infection in Danish Mask Wearers - A Randomized Controlled Trial. Annals of Internal Medicine, 18th of November 2020. https://www.acpjournals.org/doi/10.7326/M20-6817

  13. ’More Masks than Jellyfish: coronavirus waste ends up in ocean. The Guardian, 8th of June 2020. https://www.theguardian.com/environment/2020/jun/08/more-masks-than-jellyfish-coronavirus-waste-ends-up-in-ocean

  14. ’Het Grootste Medische Schandaal sinds WO-II”. Follow the Money, 22 december 2010. https://www.ftm.nl/artikelen/het-grootste-medische-schandaal-sinds-wo-ii?share=dl9JTNGvZoaqmHvZe2bemNVRcLpb%2F1PCgWKZ11cDZtjyH0mR6KCqtBw4V9Tb

  15. Disease mitigation measures in the control of pandemic influenza. Biosecurity and Bioterrorism, 2006; 4(4): 366-75. https://www.aier.org/article/how-a-free-society-deals-with-pandemics-according-to-legendary-epidemiologist-and-smallpox-eradicator-donald-henderson/

  16. Beddentekort is niet nieuw, de aandacht ervoor wél. Column Danka Stuijver, de Volkskrant, 4 november 2020. https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/beddentekort-is-niet-nieuw-de-aandacht-ervoor-wel~ba596333/

  17. Het zorgstelsel is nooit berekend op een pandemie. NRC, 23 oktober 2020. https://www.nrc.nl/nieuws/2020/10/23/twistgesprek-a4017201

  18. Hoe efficiëntie de Nederlandse Zorg al jarenlang kwetsbaar maakt. NRC, 19 november 2020. https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/19/hoe-efficientie-de-nederlandse-zorg-al-jarenlang-kwetsbaar-maakt-a4020757

  19. Faith in Quick Test Leads to Epidemic That Wasn’t. New York Times, January 22, 2007. https://www.nytimes.com/2007/01/22/health/22whoop.html

  20. Curbing false positives and pseudo-epidemics. The Lancet Infection, Volume 7, page 186, March 2007.

  21. Correlation Between 3790 Quantitative Polymerase Chain-Positive Samples and Positive Cell Cultures, Including 1941 Severe Acute Respiratory Syndrome Coronavirus 2 Isolates - Correspondence, Clinical Infectious Diseases, 28 september 2020. https://academic.oup.com/cid/advance-article/doi/10.1093/cid/ciaa1491/5912603

  22. False-positive COVID-19 results: hidden problems and costs. Lancet Respiratory Medicine, September 29, 2020. https://www.thelancet.com/journals/lanres/article/PIIS2213-2600(20)30453-7/fulltext

  23. RT-PCR tests for SARS-CoV-2 processed at a large Italian Hospital and false-negative results among confirmed COVID-19 cases. Letter to the Editor. Infection Control & Hospital Epidemiology (2020), 1-2.

  24. Evaluation of a quantitative RT-PCR assay for the detection of the emerging coronavirus SARS-CoV-2 using a high throughput system. Eurosurveillance, March 5, 2020. https://www.eurosurveillance.org/content/10.2807/1560-7917.ES.2020.25.9.2000152

  25. Mass testing for COVID-19 in the UK - An unevaluated, underdesigned, and costly mess. British Medical Journal 2020: 371: m4436. https://www.bmj.com/content/371/bmj.m4436


11,595 keer bekeken2 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Kritische beschouwingen over de gezondheidszorg.

©2021 door Jan B. Hommel.