Zoeken
  • Jan B. Hommel

Onkruid in de Wetenschapstuin.

Bijgewerkt: feb 25

Sinds kort heb ik de geneugten leren kennen van het werken in mijn eigen tuin. Het is inspannend en dus goed voor lijf en leden, maar veel minder saai dan sporten, ik kan er heerlijk mijn hoofd mee leeg maken, en ik haal ook nog eens een frisse neus. Verder brengt het licht in mijn wat somberende hersenpan, en dat is broodnodig omdat het daarbinnen de laatste tijd enigszins donker is.

Maar om te kunnen genieten van groeiende en bloeiende planten moet er hard gewerkt worden. Er moet worden gespit, gezaaid, bemest, gesnoeid en geschoffeld om uiteindelijk te kunnen genieten van alle pracht en praal die de natuur in mijn tuin te bieden heeft. Als de zon schijnt moet er tijdig worden gesnoeid en als het te hard regent moet ik de afwatering op orde maken.


En hoe hard ik ook werk en hoezeer ik mijn best ook doe, niet alles groeit en bloeit zoals ik dat zou willen. Sommige planten verzuipen en gaan dood als het drie weken achter elkaar regent. Andere planten verschroeien onder een dagenlang hoog aan de hemel staande verzengende koperen ploert.

Behalve het onkruid.

Of het nu vier weken lang veertig graden is met een brandende zon en zonder een spatje regen, of men drijft op maandenlang aanhoudende waterhozen de tuin uit, het onkruid groeit altijd en overal, ongehinderd door zon of regen, zonder ook maar de minste behoefte aan compost of mest.

En dat brengt me opnieuw bij Maarten Keulemans, wetenschapsredacteur bij de Volkskrant.


Ik ben Maarten Keulemans al twee keer eerder energiek met de literaire schoffel te lijf gegaan, maar net zoals het onkruid in mijn tuin, heb ik het ene journalistieke veldje van Maarten nog niet geschoffeld of op een ander veldje steekt het de kop al weer boven het journalistieke maaiveld uit.


En dus moet er waarschijnlijk opnieuw flink geschoffeld worden.


Dit is de aanleiding:

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/is-het-virus-minder-dodelijk-dan-we-dachten~b333d7ec/


Dit artikel van Maarten Keulemans gaat opnieuw over de studie van John Ioannidis, toonaangevend epidemioloog en hoogleraar aan Stanford University.


De studie is te vinden op het volgende webadres, en heeft inmiddels het proces van Peer Review, een kritische analyse door andere ter zake kundige wetenschappers doorstaan.


https://www.medrxiv.org/content/10.1101/2020.05.13.20101253v3#disqus_thread


Nog voordat deze studie pril en groen de eerste blaadjes boven het journalistieke maaiveld van de Volkskrant uitstak werd het al bijna overwoekerd door de insinuaties en verdachtmakingen van het journalistieke onkruid, de literaire Japanse Duizendknoop, genaamd Maarten Keulemans.


In een poging dit journalistieke onkruid te bestrijden schreef ik al eerder deze blog:


http://www.janbhommel.com/post/de-wetenschapsredactie-van-de-volkskrant-wetenschappelijke-rots-in-een-woelige-corona-branding


En deze:


http://www.janbhommel.com/post/over-wetenschap-en-toiletpapier


Maar dit literaire schoffelen van het onkruid dat Maarten Keulemans heet, heeft niet mogen baten. Het bewerken van het journalistieke postzegeltuintje van de Volkskrant met mijn scherpe schoffel volstaat niet. Hier moet het hele veldje worden afgegraven. Grondig en volledig. Daar zal ik dus energiek en met frisse moed aan beginnen


Ik neem u mee naar stelling 1 van het artikel uit van Maarten Keulemans uit de Volkskrant:

”De WHO heeft het sterftecijfer drastisch verlaagd’ (Beoordeling: onjuist)”


Het gaat om de geschatte Infection Fatality Rate (IFR) aan de hand van 61 gepoolde studies, met in totaal 74 schattingen van de IFR en acht voorlopige nationale schattingen van de IFR. Kort samengevat wordt in deze studies het totaal aantal mensen dat overleden is aan COVID-19 gedeeld door het totaal aantal mensen dat besmet is met het SARS-CoV-2 virus, dit laatste aantal geschat aan de hand van antistoffen tegen het SARS-CoV-2 virus in het bloed.


Het opzetten van een dergelijke studie is bepaald niet gemakkelijk, en zelfs dat is nog een understatement.


Ik zal hier niet uitputtend op in gaan, maar slechts enkele problemen die hierbij ontstaan bespreken.


Zo is het bijvoorbeeld niet eenvoudig om betrouwbaar en consistent te registreren waaraan mensen in werkelijkheid overlijden. Enerzijds kan het aantal mensen dat overlijdt aan COVID-19 worden onderschat, simpelweg omdat niet iedereen die ziek wordt en overlijdt aan COVID-19 in de mogelijkheid is om naar het ziekenhuis te komen en dus ook niet zal overlijden in het ziekenhuis. Dit speelt des te meer in Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen. Wie overlijdt zonder dat men adequaat heeft kunnen bepalen of er inderdaad sprake was van COVID-19, zal niet voorkomen in de doodsoorzakenregistraties, en dit kan tot een forse onderschatting van de sterfte aan COVID-19 lijden. Zodoende kan ook de IFR fors onderschat worden.


Aan de andere kant is er een redelijke kans op overschatting van de sterfte aan COVID-19, vooral in de ontwikkelde westerse landen. Het is bijzonder aannemelijk dat dit ook in ons land het geval is. Zo was en is in Nederland een ’verdenking op COVID-19’ voldoende om dit als doodsoorzaak op het overlijdensformulier in te vullen bij overlijden in het verpleeghuis, ongeacht de aandoeningen waar de betreffende overledene verder nog aan leed, en zonder dat een besmetting met het SARS-CoV-2 virus hoeft te worden aangetoond. Aangezien het vooral ouderen zijn die overlijden aan COVID-19 ligt het voor de hand dat een aantal van hen niet aan COVID-19 overleden maar aan andere onderliggende oorzaken. Dit geheel volgens de Wet van de Concurrerende Doodsoorzaken die bij het stijgen van de leeftijd steeds meer gaat gelden. Bovendien weten we uit allerlei studies naar oorzaken van overlijden dat de klinische diagnose bij obductie in een significant deel, naar schatting zo’n 10-25%, niet blijkt te kloppen (1). Alleen al het veranderen van de codering van de doodsoorzaak van handmatig naar automatisch maakte dat de percentages van de verschillende geregistreerde doodsoorzaken aanzienlijk veranderde (2).


Wat wellicht nog problematischer is, is dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen overlijden aan een besmetting met het SARS-CoV-2 virus of met een besmetting met het SARS-CoV-2 virus. Van de patiënten die op de intensive care komen te overlijden kan men dit relatief betrouwbaar vaststellen, maar juist voor de grote hoeveelheid mensen in de verpleeghuizen die kwamen te overlijden is dit een heel ander verhaal. Het is goed om zich te realiseren dat het overgrote deel van de mensen die met als doodsoorzaak COVID-19 te boek komen te staan niet op de intensive care overlijden. Uitgerekend in de Volkskrant van 19 maart 2020 werd geschreven dat driekwart van de coronapatiënten die overlijden nooit op de intensive care kwamen (3).


Een laatste punt is dat artsen - door een vertekening van aandacht omdat het SARS-CoV-2 virus alom aanwezig is, al was het maar in ons collectieve bewustzijn - in allerlei klinische presentaties een besmetting met het SARS-CoV-2 virus denken te herkennen, ook al is dit overduidelijk niet het geval. Daarvan heb ik zelf al enkele ronduit hilarische voorbeelden op mijn eigen poli gezien. Zo zag ik al enkele mensen met een ’licht gevoel in het hoofd’ die verwezen werden op verdenking van ’neurologische betrokkenheid ten gevolge van COVID-19’ terwijl er simpelweg sprake was van orthostatische hypotensie ten gevolge van een overmaat aan geneesmiddelen tegen een hoge bloeddruk, in combinatie het doormaken van virale infectie. In het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde zijn inmiddels enkele van dergelijke voorbeelden, maar helaas veel vele malen ernstiger, goed gedocumenteerd (4, 5).


Dan zijn dit nog slechts de problemen met de teller van de Infection Fatality Rate, de registratie van de doodsoorzaken. Maar ook qua noemer, de schatting van het aantal mensen die een infectie met het SARS-CoV-2 virus door heeft gemaakt, zijn er de nodige problemen. Ik verwijs u naar een Editorial uit het British Medical Journal van 3 september 2020 (6). In deze Editorial wordt er op gewezen dat een aanzienlijk deel van mensen die een besmetting met het SARS-CoV-2 virus doormaken en hiervan geen of slechts milde klachten ontwikkelen, wel een robuuste T-cell respons ontwikkelen, maar in het geheel geen antistoffen aanmaken. Dit zou betekenen dat studies die de seroprevalentie onderzoeken aan de hand van antistoffen in het bloed, het percentage mensen dat in aanraking is geweest met het SARS-CoV-2 virus fors onderschatten, en op deze manier de Infection Fatality Ratio fors overschatten.


Maar van deze nuances is niets terug te vinden in het journalistieke hoogstandje van Maarten Keulemans.


Welnee, de grote Maarten Keulemans neemt John Ionannidis de maat.


En wel door als rasechte journalistieke kakkerlak met een aanval op het tijdschrift waarin de studie verscheen en op de persoon van John Ionannidis zelf.


Zo zegt hij dat Ioannidis inmiddels verstrikt is in een ’web van intriges’ omdat hij een lobby op probeerde te zetten om strenge coronamaatregelen te voorkomen. De volgende verdachtmaking van Keulemans is dat zijn onderzoek werd gefinancierd door de Cypriotische miljardair David Neeleman, oprichter van de luchtvaartmaatschappij JetBlue. Kijkt u ook vooral even mee naar de referenties waaraan deze journalistieke rioolrat zijn informatie aan ontleend (7,8).


Een website genaamd BuzzFeed.News.


Dat lijkt me een hoogstaande en zeer betrouwbare informatiebron, geheel in lijn met de betrouwbaarheid en integriteit van iemand als Maarten Keulemans zelf.


Dat iemand als Maarten Keulemans het gore lef in zijn donder heeft om dit als referenties aan te voeren als ’bewijs’ om aan te tonen dat een wetenschappelijke studie niet deugt, en om een gerespecteerd wetenschapper door het slijk te halen, naar analogie van hardnekkig onkruid dat een prachtig bloembed overwoekerd, ik vind het beneden elk journalistiek peil, zelfs beneden het peil van bladen als de Story en Privé. Maarten Keulemans echter draait er zijn journalistieke zweethandjes niet voor om.


Verder weet Maarten Keulemans nog te melden dat het tijdschrijft waarin dit artikel verscheen niet erg ’vooraanstaand’ is. Wat dat te maken heeft met de kwaliteit van de studie blijft voor mij onduidelijk, maar blijkbaar vond Keulemans het essentieel om dit te vermelden.


Maar het allerbelangrijkste aan zijn artikel ga ik nu bespreken. En dat is de inhoud en het wetenschappelijk niveau van zijn stellingen. Ik durf te wedden dat Keulemans het artikel nooit gelezen heeft, want hij begint al meteen met een grove fout. Hij stelt dat Ioannidis ’61 onderzoeken aan elkaar rekent.’ en dat terwijl nota bene in de abstract het volgende staat geschreven:


”I included 61 studies (74 estimates) and eight preliminary national estimates.” De conclusie die ik hieruit trek is onontkoombaar: Keulemans kan niet eens tellen. Het gaat in werkelijkheid dus om 82 schattingen van de Infection Fatality Rate. Dat doet dan ook het ergste vermoeden voor de betrouwbaarheid van de rest van zijn artikel.


In de 5e alinea van het artikel van Keulemans wordt genoemd dat de gecorrigeerde Infection Fatality Rate 0.23% is, en dat getal heeft Keulemans dan in ieder geval gelukkig juist weer weten te geven, maar dit getal is inmiddels zo wijdverbreid dat hij daarvoor het artikel zelf niet hoefde te lezen.


Twee alinea’s verder poneert hij de stelling dat Ioannidis zich baseert op andere ’meer twijfelachtige gegevens’, zoals gegevens uit Iran, Pakistan en India waar de telling van het aantal COVID doden ’zo goed als zeker te laag is’. Hoewel dit aannemelijk klinkt geeft hij geen enkele referentie en geen enkele schatting hoeveel te laag deze telling van de COVID-19 doden dan feitelijk is. Dat is niet wat men verwacht van een wetenschapsredacteur in een discussie over de waarde van een wetenschappelijke studie. Iets beweren kan iedereen, iets bewijzen is van een andere orde, maar dat onderscheid is aan Maarten Keulemans niet besteedt. BuzzFeeds zijn genoeg, vooral als ze hem bevallen.


Daarna poneert hij de stelling dat Afrikaanse en Aziatische landen de gemiddelde Infection Fatality Rate ’omlaag trekken’ dankzij hun ’piepjonge bevolking’ omdat die veel minder vaak ziek wordt of helemaal geen symptomen ontwikkelen bij een infectie met het SARS-CoV-2 virus. We weten inderdaad dat jongere mensen vrijwel niet ziek worden of slechts milde symptomen ontwikkelen. Maar waar hij zijn vaststelling op baseert van een ’piepjonge bevolking’ en om welke landen het dan gaat, blijft in het luchtledige. Iedere wetenschappelijke referentie ontbreekt, terwijl het toch niet zo moeilijk moet zijn om op zijn minst een verwijzing te geven naar de demografische opbouw van de bevolking van de landen die hij in gedachten heeft. Echter, niets van dat al, de mening van de grote wetenschapsredacteur van de Volkskrant moet blijkbaar voldoende zijn.


Dit terwijl John Ioannidis, zoals men van een wetenschapper van zijn kaliber mag verwachten, in de sectie ’Methods’ heel precies aangeeft welke studies geïncludeerd werden en welke niet. Bovendien bespreekt hij in de sectie ’methods’ heel duidelijk welke mogelijke vormen van onder- en overschatting van het aantal COVID-19 doden een rol kunnen hebben gespeeld. Keulemans laat dit onbesproken en doet voorkomen of John Ioannidis zich dit in het geheel niet heeft gerealiseerd.


Wat Keulemans voor het gemak ook maar even vergeet is dat John Ioannidis zijn inclusiecriteria voor de studie goed heeft beschreven en dat er verschillende steekproeven in verschillende populaties zijn gedaan, die gezamelijk een schatting geven van de Infection Fatality Rate. Dat er een steekproef onder schoolkinderen in Chili zou zijn gedaan is ook bezijden de waarheid. Keulemans is nog te lui om zelfs maar de abstract te lezen, waarin het volgende staat: ’We implemented a home-delivery, self-administered, immunoglobin (Ig) G/IgM antibody test and survey to a classroom-stratified sample of students and all staff from 4–19 May. Het gaat dus om een scholengemeenschap waar zowel de staf als de scholieren werden geïncludeerd. Hieronder staat de tabel met de deelnemers aan het onderzoek.


Wat Ioannidis probeerde te doen is een zo compleet mogelijk beeld schetsen van de seroprevalentie als bewijs voor het doormaken van een infectie met het SARS-CoV-2 virus, door alle studies hierover te includeren, ongeacht waaruit deze groep geselecteerd was, mits de populatie waaruit deze groep geselecteerd werd groter was dan 5000 personen. Wie dan de afzonderlijke studies kritiseert omdat deze niet relevant zouden zijn, heeft het principe van een systematische review niet begrepen, die er juist op gericht is om zoveel mogelijk data te gebruiken in de hoop dat hiermee een zo volledig mogelijk beeld wordt geschetst, en op deze manier vertekening zoveel mogelijk wordt uitgemiddeld, juist door de verschillen tussen de geïncludeerde groepen.


Maar wie uit deze kritiek eigenlijk? Laten we daar eens naar kijken.


Keulemans haalt de Australische epidemioloog Gideon Meyerowitz-Katz aan. Als ik de referentie er bij zoek, kom ik wederom niet uit bij een wetenschappelijke studie of een wetenschappelijk tijdschrift, maar op de website van de Daily Mail. Wikipedia benoemt deze krant als rechts, conservatief en populistisch. Wederom een uitermate betrouwbare wetenschappelijke bron die Keulemans hier opvoert.


En is Gideon Meyerowitz-Katz een epidemioloog? Welnee. Zelfs hier bedondert Keulemans de lezer of was wederom te labbekakkerig om de referentie goed te lezen. Deze Gideon is helemaal geen ervaren epidemioloog, maar een PhD student epidemiologie, een promovendus dus, die zelf maximaal drie studies op zijn naam heeft staan. Een van deze studies is vergelijkbaar met die van Ioannidis en gaat eveneens over de Infection Fatality Rate van COVID-19 en komt uit op een iets hogere schatting, en wel een puntschatting van 0,68% (9). Overigens concludeert Meyerowitz-Katz net als Ioannidis dat dit slechts een schatting is wegens de ’heterogeniteit’ van de gebruikte data.


Overigens is die puntschatting van de Infection Fatality Rate van van 0.68% door Meyerowitz-Katz met een spreiding van 0,53%-0,82% niet van een wezenlijk andere grootte dan de puntschatting van de IFR door Ioannidis met een schatting van 0,23% en een spreiding van 0.00%-1.63%. Hoewel de nog jonge Meyerowitz-Katz in dit krantenartikel forse kritiek uit op de studie van John Ionannidis komt hij in zijn eigen studie dus niet tot een wezenlijk andere schatting, en de bezwaren die er zijn op de methodologie van de studie van Ioannidis zijn onverkort van toepassing op zijn eigen publicatie. Keulemans denkt over relevante zaken te praten maar blijkt gewoon te zijn verdwaald in de statistische ruis. Om niet te zeggen: ’statistische brain-fog’. Een dikke mist in het hoofd van Keulemans die hem al heel lang het zicht op de werkelijkheid ontneemt.


Ik vermoed overigens dat Meyerowitz-Katz deze boude uitspraken doet om zichzelf hoger op de wetenschappelijke ladder te plaatsen. Het is een bekende strategie van jonge wetenschappers die zich nog moeten bewijzen, en die het werk van oudere en hoog-aangeschreven wetenschappers in twijfel trekken om op deze manier hun eigen werk in de schijnwerpers te zetten. Hebben Meyerowitz-Katz en ook de aangehaalde epidemioloog Maarten van Smeden van het UMC Utrecht de moeite genomen om een ingezonden brief naar het tijdschrift te sturen naar aanleiding van de publicatie van John Ioannidis? Welnee. Het is veel gemakkelijker om in een krantenartikeltje wat te roepen dan om de moeite te nemen gefundeerde kritiek op te schrijven in een wetenschappelijk onderbouwde ingezonden brief. Maarten Keulemans is het levende bewijs van deze stelling. En uitspraken in een rechts populistische krant, of nog erger, het bedrukte pleepapier van Keuelemans zelf, is het beste ’bewijs’ dat hij kan vinden om aan te tonen dat de studie van John Ioannidis niet deugt. Met wetenschap heeft dit helemaal niets te maken, met riooljournalistiek a la Story en Privé des te meer.


Erg grappig wordt het als blijkt dat Keulemans een van de stellingen in dit artikel op de website van de Daily Mail helemaal niet noemt, omdat die niet in zijn straatje te pas komt. Het gaat om de reële mogelijkheid dat de serologiestudies het werkelijke aantal doorgemaakte infecties met het SARS-CoV-2 virus ernstig onderschat en zo tot een overschatting van de Infection Fatality Rate leidt: ”But scientists have urged caution when using this data because it is unclear how long antibodies actually remain in the bloodstream for when an infection has subsided. And some studies have suggested that patients who endure only mild symptoms produce barely-detectable levels of them.”


Nog erger wordt het als ik verder lees in dit artikel van de Daily Mail en daar letterlijk dezelfde argumenten tegenkom die Keulemans in zijn artikel aanvoert: ”There are also a lot of included studies from places in which there is almost certainly an enormous under-count of deaths. For example, India, where the official death counts may represent a substantial underestimate.”, waar Keulemans het volgende schrijft:’Daarnaast leunt Ioannidis echter ook op andere, meer twijfelachtige gegevens. Zo betrekt hij zijn cijfers uit landen als Iran, Pakistan en India, waar de telling van het aantal coviddoden zo goed als zeker te laag is’. Dit argument noemt Keulemans wèl in zijn artikel, omdat het wèl in zijn coronastraatje te pas komt. Dit heet nu bij uitstek ’cherry-picking’, waarbij Keulemans wel de argumenten noemt die zijn geloof ondersteunen, maar niet de argumenten die zijn corona-geloof weerspreken. Daarenboven ontleent Keulemans zijn argumenten niet aan de wetenschappelijke literatuur, zo blijkt, maar aan een populistische Engelse tabloid.


De reactie van Marion Koopmans verdient absoluut een aparte vermelding. Dat Koopmans het niet zo heel nauw neemt met het kritisch lezen van wetenschappelijke artikelen was me al langer duidelijk, daarover straks meer. En ook Marion Koopmans heeft het artikel van Ioannidis helemaal niet gelezen, los nog van het feit dat ze helemaal geen epidemioloog is en hier waarschijnlijk helemaal geen verstand van heeft. Wat stelt Marion Koopmans in het krantenartikel van Maarten Keulemans? Dit staat er in het artikel:”Marion Koopmans, die dat onderzoek leidde, is verbaasd als ze ervan hoort. ‘Dat is op geen enkele manier een studie waaruit je het landelijke sterftecijfer kunt afleiden’, benadrukt ze.


Arme Marion Koopmans. Weer niet goed gelezen. De twee Nederlandse studies worden in het artikel van Ioannidis helemaal niet opgevoerd als ’landelijk sterftecijfer’ voor Nederland. Dat staat echt helemaal nergens. De twee studies uit Nederland staan keurig vermeld in de tabel met gebruikte studies, keurig met de karakteristieken erbij. Niets over het ’landelijk sterftecijfer’ waar Koopmans het over heeft. He-le-maal niets!


Daarbij heeft Marion Koopmans mijns inziens wel iets anders waar ze zorgen over zou moeten maken. En dat is dat ze nog het een en ander uit te leggen heeft over de publicatie van Christian Drosten over de RT-PCR op het SARS-CoV-2 virus waaraan zij als tweede auteur is verbonden (10). Dit artikel werd in op 21 januari ingestuurd, op 22 januari geaccepteerd en op 23 januari gepubliceerd op de website van Eurosurveillance. Een ongekend snelle peer-review in minder dan een dag. Vergelijk dat eens met een ’accelerated article preview’ bij Nature van het later nog te bespreken en door Keulemans aangehaalde artikel waarbij dezelfde procedure twee maanden in beslag nam.



Wat blijkt is dat twee van de auteurs van het artikel, Christian Drosten en de Nederlandse Chantal Reusken, ook in de Editorial Board van Eurosurveillance zitten, de instantie die de peer-review van het artikel moest verzorgen, waardoor op zijn minst de suggestie wordt gewekt dat de RT-PCR-slager Drosten zijn eigen artikel heeft gereviewed. Door diverse PCR-deskundigen wordt fundamentele kritiek geleverd op het artikel, al is het maar om dat het aantal cycli van 45, het Ct-getal, dat in het artikel wordt geadviseerd, tot een onacceptabel aantal fout-positieve testuitslagen kan leiden, zoals inmiddels ook is gebleken. Vragen hierover aan Marion Koopmans zijn aan dovemansoren gericht. Marion Koopmans is hierover niet verbaasd, maar vooral erg stil. Oorverdovend stil.


Maar nu we het toch over deze twee Nederlandse studies hebben, laten we deze eens wat nader bekijken, niet in de laatste plaats omdat Keulemans maar blijft hameren op het gegeven dat de berekende Infection Fatality Rate voor Nederland veel hoger zou liggen, en voor Nederland 0.7% zou zijn. Voor het gemak rond hij dit getal naar boven af, en gebruikt opeens de ongecorrigeerde IFR, en niet de gecorrigeerde IFR zoals hij eerder wel doet bij de puntschatting van de IFR van 0.23% overall in de studie van Ioannidis, aan het begin van zijn betoog. In werkelijkheid noemt Ioannidis in de twee Nederlandse studies een gecorrigeerde IFR van 0,68% en 0,52%, en het hoeft niemand te verbazen dat deze getallen lager liggen dan de door Keulemans genoemde 0,7%, aangezien ook deze getallen in strijd zijn met zijn vurig beleden corona-fundamentalisme. Wat nog meer bevreemdt is dat hij de overall puntschatting van de Infection Fatality Rate geextraheerd uit 82 schattingen afdoet als onbetrouwbaar, omdat die naar zijn mening te laag is, maar als het om twee relatief kleine studies gaat met schattingen van de IFR in Nederland, deze opeens wel betrouwbaar acht en opzichtig koketteert met deze schattingen als bewijs voor zijn stelling dat het helemaal niet meevalt met de ernst van COVID-19. Nota bene nadat hij uitgebreid beargumenteerd heeft dat de studie van Koopmans helemaal niet gebruikt mag worden om een IFR te berekenen. In èèn krantenartikel weet Keulemans te vertellen dat je een studie niet mag gebruiken voor een berekening van een overall Infection Fatality Rate in een systematische review, maar deze studie wèl als argument kunt gebruiken als deze een IFR oplevert die in zijn opzichtige propagandapraatjes goed van pas komt. Hoe verzin je het?


Het gaat bij deze Nederlandse studies om een studie die nog ’under review’ is en de studie van Marion Koopmans zelf. Ik begin met de laatste. Deze studie staat op de Preprint Server for Health Sciences, medRxiv.org (11). Het gaat om een ’cross-sectional’ studie onder patiënten van het Erasmus Medisch Centrum, dat zoals u weet in Rotterdam staat, en deze studie is verricht in maart 2020. In deze studie bleek 0.7% van de onderzochte patiënten van het Erasmus MC antilichamen tegen het SARS-CoV-2 virus te hebben en tegen eind maart 3.0% van de patiënten. Dat betekent een lage prevalentie van mensen die een infectie met het SARS-CoV-2 virus heeft doorgemaakt, maximaal slechts 3%. Dit getal wordt dus meegenomen in de schattingen van Ioannidis van de Infection Fatality Rate en is, zoals bekend mag worden verondersteld, de noemer in de berekening. Nu laat ik u zien hoe de verspreiding van het coronavirus in Nederland was in maart 2020 zoals nu nog steeds te zien is op de volgende website. https://cik.web.rug.nl/maart/. Ik realiseer me heel goed de beperkingen van de RT-PCR op het SARS-CoV-2, maar ik ga er van uit dat deze beperkingen voor elk gebied hetzelfde zijn, en het gaat me er om dat men een indruk krijgt van de verdeling van de besmettingen met het SARS-CoV-2 virus. Zoals u kunt zien, was Rotterdam op dat moment helemaal geen brandhaard, en had op dat moment 58 besmettingen per 100.000 inwoners. In diverse brandhaarden in Brabant en Limburg was het aantal geregistreerde besmettingen op datzelfde moment drie tot tien keer zo hoog. Dat maakt op zijn minst aannemelijk dat in die gebieden ook de seroprevalentie als bewijs voor een doorgemaakte infectie met het SARS-CoV-2 virus vele malen hoger ligt, aangezien op dat moment dat de gebieden waren waar veel besmettingen gevonden werden. Als men dan een IFR berekent op basis van deze cijfers uit Rotterdam zou deze in werkelijkheid veel lager liggen, en zelfs een factor tien lager zou kunnen zijn. Ook dit gemakkelijk te verifiëren feit vergeet Keulemans gemakshalve maar even te benoemen, zeer waarschijnlijk omdat het niet past in de door hem geschreven ’coronaporno’.


Het tweede manusscript, als gezegd nog ’under review’, is het beter gesteld (12). Ook dit is een studie naar antilichamen tegen het SARS-CoV-2 virus onder gezonde bloeddonoren, waarbij de seroconversie worden gemeten bij gezonde bloeddonoren die alleen in de laatste twee weken niet ziek mochten zijn geweest. De conclusie van de studie is dat op basis van een aangetoonde seroconversie - van een negatieve naar een positieve test bij mensen die vaker bloed doneren - 2.6% bedroeg in april 2020. Wel zijn er sterke verschillen in seroconversie tussen de verschillende regio’s, hetgeen nog maar eens illustreert dat de studie van Koopmans naar alle waarschijnlijkheid de berekende IFR fors overschat omdat dit niet het gebied was met op dat moment de meeste ziektegevallen.


Verder merkt Ioannidis het volgende over op over studies met bloeddonoren in zijn sectie ’Results’ van zijn studie: ’Eleven studies assessed blood donors, which might underestimate COVID-19 seroprevalence in the general population. For example, 200 blood donors in Oise, France showed 3.00% seroprevalence, while the seroprevalence was 25,87% in pupils, siblings, parents, teachers and staff at a high school with a cluster of cases in the same area. The true seroprevalence may be between those values. Het is dan ook heel goed mogelijk dat als de seroprevalentie uit dit manusscript wordt gebruikt om een Infection Fatality Rate te berekenen, dit leidt tot een fors onderschatting van het aantal mensen met een doorgemaakte infectie met het SARS-CoV-2 virus en daardoor tot een forse overschatting van de Infection Fatality Rate.


Mijn betoog tot nu toe gaat alleen nog maar over de eerste stelling van Keulemans in zijn Artikel. Dit stukje zit al zo vol met hele en halve onwaarheden dat het mij bepaald niet aanmoedigt om de rest van het artikel nog eens grondig door te nemen. Zijn tweede stelling is dat ”Corona haast alleen maar 70-plussers doodt’. Volgens Keulemans is het gemakkelijk om te berekenen hoeveel mensen overlijden aan een ziekte. Voor een simpele ziel als Keulemans is dit wellicht eenvoudig, voor de overige deel van de natie dat wel in staat is tot nadenken ligt dit wat complexer. Ook nu geen woord over de problemen bij het juist registreren van de doodsoorzaak, geen woord over de moeilijkheid van het juist schatten van het aantal geïnfecteerden. Nee, het is gewoon een kwestie van het aantal overledenen tellen en die delen door het aantal geïnfecteerden. Hoe moeilijk kan het zijn? De dikke mist in het hoofd van Keulemans wordt nog almaar dikker en ondoorzichtiger. Wie de stelling heeft geponeerd dat ’haast alleen maar 70-plussers doodt’ zegt Keulemans niet, maar vervolgens doet hij wel zijn stinkende best om zijn zelfbedachte stelling te ontkrachten. Het is wat Daniel Dennett in zijn boek ’Intuition Pumps and Other Tools for Thinking’ benoemt als ’Rathering’, dit naar aanleiding van de weinig doordachte schrijfsels van Steven J. Gould. Het is het poneren van een gemakkelijk te ontkrachten en en niet zelden zelfbedachte stelling, die men vervolgens zelf aanvalt in een poging om intelligent en weldoordacht voor de dag te komen; ’Nee, het is niet zo dat dit…, maar het is zo dat…’ Het is precies datgene wat Keulemans hier doet. Zoals ook bij influenzavirus het geval is, stijgt het sterftepercentage met de leeftijd en zijn het de mensen die immuungecompromitteerd zijn en/of veel onderliggende aandoeningen hebben, die een veel hoger risico lopen om te overlijden bij een infectie. Dat is niets nieuws, dat is al vele jaren bekend en er is geen weldenkend mens die dat ontkent.


Ik ontleen een figuur aan een artikel over de leeftijdsspecifieke sterfte aan influenza en longontsteking aan een artikel uit 2011 (13):


Wat is hier anders aan dan aan deze grafiek uit de door Keulemans aangehaalde studie uit Nature (14):


In de eerste grafiek gaat het over de sterfte aan influenza en longontsteking in relatie tot het totaal aantal mensen dat op die leeftijd overlijd, de tweede grafiek gaat over het aantal mensen dat overlijdt aan COVID-19 ten opzichte van het aantal mensen dat besmet is geraakt met het SARS-CoV-2 virus. Dat is niet hetzelfde, maar het laat wel hetzelfde fenomeen zien, en dat is dat de kans om aan een infectie met het SARS-CoV-2 virus, maar ook aan een infectie met het Influenzavirus te sterven naarmate men ouder wordt, zelfs al geldt de Wet van de Concurrerende Doodsoorzaken met het ouder worden steeds sterker. Als gezegd, daar is niets nieuws aan en is voor iedere arts die ook maar iets van infectieziekten weet bekende kost. Zelfs boven de tachtig jaar is de geschatte Infection Fatality Rate van COVID-19 overigens niet veel hoger dan tien procent.


Overigens gaat het ook bij deze studie uit Nature om een studie waarbij naar de serologie prevalentie wordt gekeken als bewijs voor het doormaken van een infectie met het SARS-CoV-2 virus, een studie waarop alle voornoemde bezwaren en kanttekeningen even goed op van toepassing zijn als op alle aangehaalde studies. Bovendien is het modelleringsstudie met een aantal aannames en onzekerheden die de resultaten sterk kunnen beïnvloeden zoals de auteurs ook keurig bespreken, maar natuurlijk niet wordt benoemd door Maarten Keulemans. Het is ook maar zeer de vraag of hij hier wel iets van begrijpt. Een van de belangrijkste conclusies uit het artikel is dat de heterogeniteit van de Infection Fatality Rate niet verklaard kon worden door het gebruikte model, hetgeen per definitie betekent dat er aannames in het model zitten die niet juist zijn. Desondanks wijken ook de in deze studie genoemde verschillende Infection Fatality Rates uit de verschillende landen niet in significante mate af van de al twee voornoemde studies van Ioannidis en Meyerowitz-Katz.


Ik hoef niet verder te lezen, met dit artikel is het al niet anders dan de andere door Maarten Keulemans ondergescheten WC-papier.


Hoe laat zich dit artikel van Keulemans het beste samenvatten? Als onzorgvuldig, onjuist, vol met ’cherry picking’ als gevolg van uitermate selectief citeren van datgene dat hem bevalt en het negeren van datgene dat hem niet bevalt. Verder citeert hij ook niet uit de beschikbare wetenschappelijke literatuur, zoals voor wetenschappers te doen gebruikelijk, maar uit rechts populistische tabloids en websites zonder duidelijke verantwoording. Keulemans liegt, bedriegt en verdraait dat het een lieve lust is. Alles om zijn fundamentalistische ’coronogeloof’ aan de man te brengen, als een ware Jehova’s getuige op een willekeurige zondagochtend, en alles gericht om de mede door hem veroorzaakte coronapaniek te onderhouden. Dat is het niveau van ’wetenschap’ waarop Maarten Keulemans zich bevind, beter samengevat als 'geen niveau'.


Als ik lid van de directie van de Volkskrant zou zijn, zou ik hem krom voorovergebogen bij de ingang zetten, om hem daarna met een ferme trap met een grote boog in de smoezelige Amsterdamse grachten te doen belanden.


This man is a poor excuse for a journalist, let alone a scientist’.




  1. Minimaal Invasieve Obductie - De Meerwaarde van Postmortaal Radiologisch Onderzoek. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde; 2020; 164: D4650.

  2. Veranderingen in de Doodsoorzakenstatistiek door Automatisch Coderen. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde; 2017; 161: D1767

  3. Driekwart van overleden coronapatiënten in Nederland kwam nooit op intensive care. Volkskrant, 19 maart 2020.

  4. Een Benauwde Jongedame Tijdens de Coronacrisis. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde; 2020; 164: D5090

  5. Een Jongen met een Zeldzame Longziekte - COVID-19 Vertroebelt Onze Denkwijze. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2020; 164: D5214.

  6. Are We Underestimating Seroprevalence of SARS-CoV-2? British Medical Journal 2020; 370; m3364. https://www.bmj.com/content/370/bmj.m3364

  7. https://www.buzzfeednews.com/article/stephaniemlee/ioannidis-trump-white-house-coronavirus-lockdowns

  8. https://www.buzzfeednews.com/article/stephaniemlee/stanford-coronavirus-neeleman-ioannidis-whistleblower

  9. A Systematic Review and Meta-Analysis of Published Research Data on COVID-19 Infection Fatality Rates. International Journal of Infection Diseases. 2020; September 29; 101:138-148.

  10. Detection of 2019 Novel Coronavirus (2019-nCov) by real-time RT-PCR. Eurosurveillance 2020; January 23; v.25(3). https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6988269/

  11. Homologous and heterologous antibodies to coronavirus 229E, NL63, OC43, HKU1, SARS, MERS and SARS-CoV-2 antigens in an age stratified cross-sectional serosurvey in a large tertiary hospital in The Netherlands.

  12. Herd Immunity is Not a Realistic Exit Strategy During a COVID-19 Outbreak. https://www.researchsquare.com/article/rs-25862/v1

  13. Age-Specific Mortality Risk from Pandemic Influenza. Journal of Theoretical Biology; 2011 November 7; 2088: 29-34

  14. Age-specific Mortality and Immunity Patterns of SARS-CoV-2. https://www.nature.com/articles/s41586-020-2918-0


8,786 keer bekeken6 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven