Zoeken
  • Jan B. Hommel

Digging in the Dirt* - Eerder gepubliceerd in 2017

De waarneming in een groot topklinisch ziekenhuis enkele jaren geleden inspireerde mij tot het opschrijven van mijn ervaringen.


Die waren niet onverdeeld positief.


De opleiding tot arts en vooral ook de specialisatie tot medisch specialist is bedoeld als, naast het aanleren van allerlei specifieke vaardigheden en het opdoen van kennis, de persoonlijke vorming om op deze manier een volwaardig lid van het Gilde der Medici te worden. De gedragsregels, voorschriften en verboden vormen een lijvig boekwerk, maar helaas is dit boekwerk nooit geschreven. Als arts en medisch specialist moet je je dus gaandeweg eigen maken wat het betekend om als volwaardig lid van dit Gilde te functioneren. Sommigen gaat dit gemakkelijk af, anderen hebben er erg veel moeite mee. Ik behoor tot de laatste groep.


Ik zal maar meteen bekennen dat ik sociaal niet bijster intelligent ben, dat de toon van de muziek waarop ik communiceer niet zelden klinkt a la Rammstein, en dat ik een hoofd heb waarvan ik de hardheid menig maal test op stenen waarvan zelfs een ezel hoofdschuddend zou weglopen.


Toch mag er best veel volgens de wetten en regels van het Gilde. Zo leidt het schrijven van onbegrijpelijke brieven, brieven die alleen uit afkortingen bestaan, het maanden of jarenlang in concept laten staan van brieven in het systeem zonder deze te versturen naar de huisarts of andere medisch specialisten, maar zelfs het helemaal niet schrijven van brieven eigenlijk helemaal niet tot problemen. Af en toe belt er dan wel eens een boze huisarts die zich afvraagt wat er toch in vredesnaam is gebeurd met zijn patiënt, maar daar blijft het dan ook bij.


Mocht het met de ”productie” niet zo vlotten, omdat je erg lui of snel moe bent, zijn daar ook best enkele strategieën voor te bedenken om deze zonder al te veel moeite te verhogen, zodat uit de cijfers blijkt dat je als neuroloog best hard werkt, best veel nieuwe patiënten ziet, en daarmee je geld dubbel en dwars waard bent.


Zo kun je jaar in jaar uit patiënten terug laten komen na een TIA of herseninfarct voor een onderzoekje van de halsslagader, die ook bij het eerste onderzoek al geen afwijkingen liet zien, en waarbij de kans dus erg groot is dat dat ook komende jaren zo blijft. Je vertelt gewoon tegen de patiënt dat het belangrijk is om dit te blijven controleren, en patiënt is elk jaar weer blij dat de halsslagader er wederom en opnieuw nog steeds gezond uitziet. Het kost slechts vijf minuutjes werk om dit aan patiënt te vertellen, en een halve minuut om een nieuwe DBC in te vullen. Met de andere 24 en een halve minuut van het consult kun je dan andere nuttige dingen doen.


Een andere manier om je ”productie” te verhogen is om scherp in de gaten te houden of je collega’s tijdens de dienst de DBC’s van de opgenomen patiënten wel invullen. Mochten ze dat per ongeluk vergeten, dan kun je die DBC’s gemakkelijk op je eigen naam invullen zonder patiënt ooit gezien te hebben, zodat ook deze patiënten toegevoegd worden aan je aantallen DBC’s op jou naam, als bewijs van je grote ijver en vooral als bewijs dat je je niet geringe salaris waard bent. Geen haan die er naar kraait. En hoewel je collega’s zich misschien wel eens afvragen hoe het je toch lukt om zoveel patiënten te zien zonder je zichtbaar overmatig in te spannen, blijkt uit de aantallen nieuwe patiënten die je hebt ”gezien” dat je toch echt je steentje bijdraagt aan de ”productie” van de maatschap. En dus het volste recht hebt op je zelf verdiende financiële taartpunt.


Dan is er nog zoiets als de supervisie van AIOS en ANIOS. Dat kost tijd, tijd die verder niets oplevert, dus dat moet je niet zo nauw nemen. Die kun je maar je gewoon het beste aan hun lot overlaten, dan leren ze het snelst hoe de gang van zaken in het ziekenhuis is. Ze kunnen best zelf de CT’s en MRI’s beoordelen, bijvoorbeeld voorafgaand aan een trombolyse bij een herseninfarct. Bovendien kun je zelf op de CT nog geen kalkspat van een bloeding onderscheiden, dus veel verschil is er niet. Weliswaar wordt je dan met enige regelmaat besmuikt uitgelachen na de overdracht, maar als je je na de overdracht snel uit de voeten maakt heb je daar geen last van.


En zo zet je het leven naar je hand en houd je alles overzichtelijk en werkbaar. Wordt het je desondanks allemaal toch nog te veel kun je je altijd nog ziek melden. En je hoeft ook niet bang te zijn dat je collega’s je met zachte dwang definitief naar de uitgang dirigeren, want dat is juridisch complex en kost niet zelden heel veel geld. En ook de collega’s vinden geld belangrijk, evenals de lieve vrede, en geven hun geld liever niet uit aan juridische procedures. Bovendien is het tapijt in de maatschapskamer best heel dik en er past een heleboel onder.


Toch zijn er klein een aantal dingen die volgens het handboek van het Gilde der Medisch Specialisten niet mogen.


Zoals het uitspreken van je verbazing, ergernis en woede over deze attitude en dit gedrag.


Dat mag dan weer niet..



* Peter Gabriel: Digging in the Dirt, 1992.

https://www.youtube.com/watch?v=X0C3DHp36zc


1,049 keer bekeken2 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven