Zoeken
  • Jan B. Hommel

De Consulentenziekte - Deel 2 - Eerder gepubliceerd in 2017

Bijgewerkt: 10 okt 2020

In 2017 schreef ik naar aanleiding van een waarneming in een groot topklinisch ziekenhuis over de zogenaamde "Consulentenziekte'.


Naar analogie van "The House of God" benoemde ik dit als: "Consultants come First".


Het is wellicht een gevolg van de (super)specialisatie in de geneeskunde, maar mijns inziens vooral een uiting van de afschuifcultuur onder artsen, vooral in de grote ziekenhuizen een zeer frequent fenomeen, met als belangrijkste vraag:


"Wie kan ik deze patiënt in de maag splitsen?"


Dit is deel 2 uit deze serie.



Wederom gaat de diensttelefoon: De SEH-arts ditmaal:

”Ik wil graag dat u mee komt kijken naar een ernstig neurotrauma.”

”Wat is er met patiënt gebeurd dan?”

”Hij is gevallen en heeft een hoofdwond.”

”Ja? En verder? Is ie bij bewustzijn? Heeft ie neurologische uitval?”

”Dat weet ik niet.”

”Hoezo weet je dat niet?”

”Patiënt is nog niet op de SEH.”

”Wat vertel je me nu? Je vraagt me in consult bij patiënt met een ernstig schedelhersenletsel die nog niet op de SEH is?”

”Ja.”

”Maar waarom moet ik nu al in consult komen dan?

”De afspraak is dat als ik vind dat een neuroloog in consult moet komen bij een ernstig neurotrauma, dat de neuroloog op de SEH is bij de opvang van de patiënt”

”Die afspraak ken ik niet.”

”Ik wel! Ik zat zelf in de commissie die besloten heeft dat deze afspraak werd gemaakt!”

”Nou ja, dat is allemaal best mogelijk, maar die afspraak is niet met mij gemaakt, en wat is er eigenlijk op tegen om eerst eens rustig te wachten tot de patiënt op de SEH is, hem eerst zelf te beoordelen, en mij te bellen als je het daarna nodig vind dat ik hem kom beoordelen?”.

”Nee, dat is niet de afspraak! En als u niet komt, bel ik nu een collega van u!”

”Dat lijkt me een heel goed plan. Dirk de Vries doet de consulten, bel hem maar. Maar ik vrees dat je dan nog een iets ander antwoord krijgt.”


Een kwartier later: opnieuw de telefoon. De SEH-arts in herhaling:

”En? Heb je collega De Vries gebeld?”

”Nee.”

”Oh. En waar is het ernstige neurotrauma gebleven?”

”Die is nu op de SEH.”

”En, hoe is het met hem?”

”Hij is wakker en heeft een hoofdwond”.

”En verder is hij neurologisch in orde?”

”Eh… Ja.”

”Of is hij aan komen lopen?”

”Eh…Nou… Hij is inderdaad van de ambulance naar de behandelkamer gelopen”.

”Nou, dat is me nogal een ernstig schedelhersenletsel dan. En nu? Moet ik nog komen kijken, denk je?”

”Eh… Nee.”

”Mag ik nu de conclusie trekken dat je een heleboel stampij om niks hebt gemaakt?”

”Zo zou ik het niet willen noemen.”

”Nou, dan doe ik dat voor jou.”


Een kwartier overleg over een patiënt die ik niet hoefde te zien, niet hoefde te spreken en die geen hersenletsel had, en waarvan ik niet eens het bestaan had hoeven te weten.


Tobklinische zorg in optima forma.

464 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Kritische beschouwingen over de gezondheidszorg.

©2021 door Jan B. Hommel.