Zoeken
  • Jan B. Hommel

De Consultentenziekte - Deel 3 - Eerder gepubliceerd in 2017

Bijgewerkt: 8 okt 2020

In 2017 schreef ik naar aanleiding van een waarneming in een groot topklinisch ziekenhuis over de zogenaamde "Consulentenziekte'.


Naar analogie van "The House of God" benoemde ik dit als: "Consultants come First".


Het is wellicht een gevolg van de (super)specialisatie in de geneeskunde, maar mijns inziens vooral een uiting van de afschuifcultuur onder artsen, vooral in de grote ziekenhuizen een zeer frequent fenomeen, met als belangrijkste vraag:


"Wie kan ik deze patiënt in de maag splitsen?"


Dit is deel 3 uit deze serie.



Consulentenziekte - 3


03.30’ s nachts, ik heb weer dienst. De telefoon gaat, ik ga het gevecht aan met mijn OSAS masker dat ik uiteindelijk win, en grabbel naar mijn telefoon. Net op tijd heb ik op het juiste knopje geduwd. Ik geloof dat ik de cardioloog zelf aan de lijn heb, maar zeker weten doet ik het niet, ik ben amper terug uit de spelonken van mijn angstaanjagende repeterende droom, waarin ik al jaren neuroloog ben, maar toch nog een tentamen niet gehaald heb. En steeds weer opnieuw zak voor dit tentamen.


Wellicht durfde de AIOS niet meer te bellen na het vorige akkefietje.


”Ik wil je in consult vragen bij een oude dame van 83 die is gevallen. Ik heb een echo cor gemaakt, maar ik kan er niet zo veel van maken.”

”Wat is er met haar gebeurd dan?”

”Ze is gevallen.”

”Ja, dat zei je al. En verder?”

”Dat weet ik niet”.

”Heb je haar niet gesproken dan?”

”Ja, hoor eens, ze is gevallen, en ze gebruikt sintrom, en daarom vraag ik jou in consult”.

”Heeft ze een hoofdwond dan?”

”Eh… Dat weet ik niet”.

”Is ze wel op haar hoofd gevallen dan.”

”Nee, nou… Ja, ik denk het wel.”

”En hoe is ze nu dan, bij bewustzijn? Heeft ze hoofdpijn?”

”Eh, ja, ze is wakker, en of ze hoofdpijn heeft weet ik niet.”


Ik wordt langzaam wakker en na verloop van tijd beginnen ook mijn frontaalkwabben deel te nemen aan het gesprek:

”Maar bel je nu omdat ze is weggeraakt, of omdat ze op haar hoofd is gevallen?”

”Eh… Ik… Nou ja, allebei eigenlijk.”

”Wat was ze eigenlijk om 03.00 ’s nachts aan het doen dan?

”Dat weet ik niet.”

”Zou het zo kunnen zijn dat ze in bed lag om te slapen, zoals sommigen van ons geneigd zijn te doen op dit tijdstip, en is opgestaan om naar het toilet te gaan, heeft geplast en vervolgens onderuit is gegaan?”.

”Ja, dat zou allemaal best kunnen, maar ik vraag je in consult omdat ze sintrom gebruikt en ik durf haar niet zo naar huis te laten gaan.”

”Wil je haar nu ontslaan dan?”

”Nee, ik neem haar op ter observatie.”

”Ja, ja…Aha. Hoeveel antihypertensiva gebruikt ze eigenlijk?”

”Dat weet ik niet, maar ze gebruikt wel sintrom.”

”Ja, dat zei je ook al eerder. En wat is haar INR?”

”Dat weet ik niet, dat moet ik nakijken.”

Ik heb op dit tijdstip werkelijk geen zin om deze zinloze conversatie nog verder voort te zetten, en bovendien zeuren mijn hersenen dat ze verder willen slapen.

”Nou ja, als jij zo bang bent dat er iets in haar hoofd mis is, moet je maar een CT aanvragen.”


En zo geschiedde.


De INR was 2.3 en de CT van het brein was normaal. Patiente had overigens geen hoofdwond en was ook niet op het hoofd gevallen. De volgende ochtend bleek dat ze inderdaad ’s nachts was opgestaan om te plassen en daarna het bewustzijn had verloren. Zoals dat gaat bij een mictie-syncope. Geen hoofdtrauma, alleen een wegraking. Strikt genomen geen reden om de neuroloog wakker te bellen. Maar als het lichtje in de bovenkamer van een patiënt uitgaat, betekent dat per definitie dat de neuroloog moet komen kijken. Altijd. Overal.


It’s one of the Consultants Rules in the House of God. In Case of Loss of Consciousness, Neurologic Consultant comes first. No matter what.


Overigens gebruikte ze, ouder dan 80 jaar oud, onder andere candesartan, furosemide, monocedocard, hydrochloorthiazide en amlodipine, slechts vijf geneesmiddelen die de bloeddruk kunnen doen dalen. Niet voor niets noemt men ”nitraten het buskruit van de syncope’. Het is zowaar een Godswonder dat ze nog een bloeddruk over had. De natuur is mild, en veel mensen blijven leven ondanks de dokter, niet dankzij de dokter.


Maar de echografie van het hart was goed. Dat dan toch wel.


Ik heb ’s ochtends de dienstdoende cardioloog gebeld om hem heel vriendelijk mede te delen dat je je wellicht toch de ballen uit de broek zou moeten schamen om voor een dergelijke casus een collega wakker te bellen, en dan ook nog zonder precies te weten waarvoor je eigenlijk belt. Niet aardig, wel recht uit het hart. Terwijl ik toch zolangzamerhand wel weet dat dat niet mag in het Grote Gezondheidsgesticht. Dat is niet-aardig, niet-lief, niet-beschaafd. en zo-gaan-wij-niet-met-elkaar-om. Zucht. Al donderen er patiënten als dode mussen van het dak, wij blijven elkaar beschaafd met ”amice” aanspreken. Met respect, enzo. Zo schrijft het Grote Handboek van het Medisch Gilde het voor. En dat verdomde handboek staat er vol mee.


De cardioloog vond het ook maar raar dat ik zo boos was. Het was toch niets met het hart? De echografie was toch goed?


Hoe het nu met de eigenaresse van het hart ging? Hij had geen idee.


Het is gewoon de schuld van Onze Lieve Heer. Hij had de kroonjuweel van de Schepping, de Mens, ook anders moeten bouwen, intelligenter. En dan vooral meer modulair èn demontabel, waarbij alleen het hart op de CCU zou moeten kunnen worden opgenomen. Of op het bureau van de cardioloog kan worden gezet. Zodat die er rustig naar zou kunnen kijken zonder gestoord te worden door het hinderlijke gebabbel van de eigenaar. Dat leidt alleen maar af.


Ook scheelt dat een hoop ruimte en een boel gezeur, want de rest van Zijn Schepping in Verval, door ons dokters ook wel patiënten genoemd, geeft alleen maar aanleiding tot onrust, irritatie en verwarring bij sommige collega’s.


En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

517 keer bekeken1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven