Zoeken
  • Jan B. Hommel

De Apenrots - Eerder gepubliceerd in 2017

In 2016 nam ik waar in een topklinisch ziekenhuis, door mij met enige regelmaat ook wel aangeduid als tob-klinisch ziekenhuis.


Het inspireerde mij tot het schrijven van een aantal stukken, geïnspireerd door verbazing, verbijstering, frustratie en soms zelfs regelrechte woede.


Maar ik ben er heel veel wijzer van geworden en als het even kan vermijd ik deze gezondheidsfabrieken.


Dit is een van die stukken die ik toen schreef.



Het is vrijdagavond tien uur. De telefoon gaat: de SEH-arts aan de lijn:

”Ik wil je vragen te komen kijken bij een man die net is gereanimeerd, op verzoek van de intensivist”

”Wat is er gebeurd dan?”

”Hij heeft zich verhangen, werd gevonden door zijn vrouw die de politie heeft gebeld. Die zijn begonnen met de basic life support, en nu heeft ie weer output.”

”Hoe doet ie het neurologisch dan?”

”Hij doet neurologisch niets. Hij ligt hier op de SEH aan de beademing zonder sedatie en spierverslapping, heeft lichtstijve pupillen en scoort een EMV van 1-1-1.”

”Nou, daar heb ik eigenlijk niets aan toe te voegen. We moeten gewoon 24-uur afwachten om te zien of er neurologisch herstel optreedt.”


Ik leg de SEH-arts uit dat ik op dit moment niets kan doen en dat een uitspraak over de neurologische prognose op dit moment niet mogelijk. Patiënt moet worden opgenomen op de intensive care. De SEH-arts begrijpt het en daarmee eindigt het gesprek.


Even later wordt er opnieuw gebeld, ditmaal door de traumachirurg, waarbij er een lichte paniek in zijn stem doorklinkt:

”Heeft de SEH-arts net met jou overlegd over de patiënt die zich verhangen heeft?”.

”Ja?”

”Je moet echt naar hem komen kijken!”

”Waarom dan?”

”Die man ligt hier op de SEH aan de beademing, en de intensivist wil hem niet meenemen naar de IC voordat de neuroloog hem beoordeeld heeft.”


Ik ben lichtelijk verbaasd. In dit ziekenhuis worden wekelijks, zo niet dagelijks patiënten opgenomen na een reanimatie die het neurologisch niet goed doen.

”Als ik het goed begrepen heb heeft hij lichtstijve pupillen en scoort hij een EMV van 1-1-1. Eerlijk gezegd heb ik niets aan toe te voegen. Er is herstel van de circulatie dus er zit niets anders op dan 24-uur af te wachten voordat beoordeeld kan worden of er al of niet neurologisch herstel is. Daar voegt een neurologische beoordeling op dit moment niets aan toe.”

”Maar de intensivist weigert hem mee te nemen naar de voordat de neuroloog gekeken heeft.”

”En waarom weigert hij dat?”

”Volgens hem is die man hartstikke dood! En dus is het volgens hem niet zinvol om hem op de intensive care te leggen.”


Ik zucht diep. Nu heb ik al twee collega’s uitgelegd hoe de opvang van een comateuze patiënt na een reanimatie in zijn werk gaat, maar blijkbaar is dit niet voldoende. En dat terwijl het om een volledig geprotocolleerde behandeling gaat waar helemaal geen discussie over kan bestaan.

”Ik zal de intensivist wel bellen.”


En dus bel ik de dienstdoende internist-intensivist:

”Ben jij bij betrokken bij de patiënt die zich heeft verhangen?”

”Ja.”

”Waarom wil je die man niet opnemen op de intensive care?”

”Die man is drie kwartier gereanimeerd en heeft hier al lichtstijve pupillen en doet neurologisch helemaal niets meer. Die man is gewoon hartstikke dood.”

”Dat kun je nu nog niet zeggen.”

”Natuurlijk wel, dat is toch duidelijk, die man is hersendood.”

”Dat zou ik nu als neuroloog niet op durven zeggen, daarvoor moet je eerst 24 uur afwachten.”

”Nee, jij moet hem nu beoordelen, dan trek je ongetwijfeld dezelfde conclusie.”

Nee! Het maakt helemaal niet uit wat ik nu vind, simpelweg omdat ik pas na 24-uur daar een zinnige uitspraak over kan doen. Deze man is hypoxisch geweest, is gereanimeerd en heeft nu weer circulatie. Dat heet een postanoxisch coma, en daar is een hele duidelijke richtlijn over en die richtlijn zegt: 24 uur afwachten en dan neurologisch beoordelen. Als jij dat vind dat ie dood is moet je dat maar opschrijven. Ik doe dat niet.”

”Maar hij heeft zich verhangen, dat is toch een hele andere oorzaak van cerebrale hypoxie dan een hartstilstand.”

”Dat maakt niets uit, een cerebrale hypoxie is een cerebrale hypoxie. Waarom dat zo is, maakt voor de prognose niets uit.”

”Natuurlijk maakt dat uit!”

”Nou, als jij dat vind dan schrijf je dat maar op. Nogmaals, ik doe dat niet! En literatuur over het verschil tussen cerebrale hypoxie op basis van verhanging of een hartstilstand ken ik ook niet. Dus wat mij betreft wordt hij opgenomen op de intensive-care en beoordeel ik over 24 uur of verdere behandeling zinvol is.”

”Ik neem hem niet mee voordat jij hem neurologisch beoordeeld.”

”Wat is dit een ongelofelijk zinloze discussie. Jij weet blijkbaar niet waar je het over hebt. Ik stuur de ANIOS wel, maar hij zal exact hetzelfde vinden als de SEH-arts. Daarna moet patiënt alsnog op de intensive care opgenomen worden. Of je het nu leuk vindt of niet"


En zo geschiedde. Vervolgens wordt ik ’s nachts nog een keer gebeld door de A(N)IOS van de intensive care die ik nogmaals uit moet leggen dat een neurologische beoordeling op dit moment in het geheel niet zinvol is en niets veranderd aan het beleid: Dat beleid is 24-uur afwachten en dan neurologisch herbeoordelen.


De volgende dag, half-drie 's middags, mijn dienst duurt nog voort en het is ontzettend druk op de SEH. De telefoon gaat, een IC-verpleegkundige:

”U bent nog niet bij patiënt X geweest.”

”Wie bedoel je?”

”De man die zich verhangen heeft.”

”Nee, maar het is erg druk en het heeft ook geen zin dat ik kom kijken voordat de 24-uur verstreken is.”

”Dat kan wel zijn, maar ik sommeer u om nu naar de intensive care te komen en deze patiënt neurologisch te beoordelen.”


Ik geloof mijn oren niet! Het stoom spuit uit mijn oren en zonder enig voorbehoud scheld ik hem de huid vol:

”Wie denk jij godverdomme wel niet dat je bent, ongelofelijke idioot die je bent, om mij te sommeren onmiddellijk naar de IC te komen. Ben jij wel helemaal goed bij je hoofd??”


Nog sidderend van woede bel ik de dienstdoende intensivist. Ik vraag hem om zich voor te stellen hoe het voor hem zou zijn om door een verpleegkundige van de afdeling neurologie gesommeerd te worden onmiddellijk naar de afdeling neurologie te komen. Maar de dienstdoende intensivist heeft geen boodschap aan mij en mijn boodschap en is van mening dat ik zelf al lang naar patiënt had moeten komen kijken. Na vier keer het protocol ”postanoxische encefalopathie” uitgelegd te hebben ben ik veel te boos om dit nu nog een keer te doen.


In plaats daarvan schrijf ik de hele gang van zaken nauwgezet en waarheidsgetrouw op in het EPD waarin ik naar het bewuste protocol ”Postanoxisch Coma” verwijs, met fijntjes hieraan toegevoegd de opmerking dat diegene die het protocol niet kennen of geen zin hebben om dit in zijn geheel te lezen, slechts tot pagina 5 hoeven te bladeren om daar het stroomschema bij een postanoxische encefalopathie aan te treffen, een stroomschema dat aan duidelijkheid niets te wensen over laat.


Exact om 22.00 ben ik diezelfde avond op de intensive care. Ik had inmiddels een EEG laten maken dat volledig vlak is. ik onderzoek patiënt, spreek met de familie, ook over het feit dat 24-uur gewacht moest worden alvorens een uitspraak over de prognose kon worden gedaan en schrijf mijn bevindingen uitgebreid in het EPD. Nog dezelfde nacht overlijdt hij na het stoppen van de beademing.


Als verwacht kreeg deze casus nog een bijzonder staartje. Ik had in de voorgaande maanden van mijn waarneming al vaker gemerkt dat in het betreffende ziekenhuis het rechtstreeks communiceren met andere medisch specialisten niet tot de meest populaire en veelgebruikte communicatiemethoden behoort, daarentegen zeker wel het schrijven van vervelende e-mails naar de maatschapsvoorzitter. De intensivisten waren not-amused dat ik de hele gang van zaken opgeschreven had in het EPD. Dat vond men ongepast en onprofessioneel. En dus ging er een boze e-mail naar de voorzitter van de maatschap neurologie, overigens zonder zelfs maar een cc naar mij. Over de gang van zaken zelf werd overigens met geen woord gerept. Geheel volgens het Handboek van het Medisch Gilde. Tob-klinisch. Tob.


De Intensive Care wordt door verschillende artsen en verpleegkundigen niet zelden gezien als het Heilige der Heiligen in het ziekenhuis, niet in de laatste plaats door de Intensivisten en de Intensive Care Verpleegkundigen zelf.


Zou dat de oorzaak zijn dat samenwerken met intensivisten soms meer weg heeft van het wederzijds intimideren van silverbacks op een apenrots dan op het op grond van argumenten en relevante kennis zo goed mogelijke zorg verlenen aan ernstig zieke patiënten?

991 keer bekeken2 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Kritische beschouwingen over de gezondheidszorg.

©2021 door Jan B. Hommel.